icon-close

Een schatrijke tuin (1939)

Hendrik de Vries

Sommige mensen hangen een bord met ‘hier waak ik’ bij hun huis. Hendrik de Vries schreef een gedicht dat dezelfde boodschap uitdraagt – maar dan afschrikwekkender.

Lees dit gedicht in het Nederlands
icon-close

Een schatrijke tuin

Een schatrijke tuin, die niemand betreedt,
bewaakt met honden, roofgierig wreed,
geen weet meer waarom, ook de meesters niet,
maar zelfs wie nadert wordt steeds bespied.

Wie omzichtig in het woud een voetstap zet,
hoort wachthonden hijgen. Zo is de wet
voor slaafse dienaars, krankzinnige heren:
wie deze tuin indringt, zal nimmer keren.
 

icon-close

Beluister dit gedicht in het Nederlands
Stem: Leo van Zanen

Ontdek dit gedicht in een minuut
icon-close

Ontdek dit gedicht in een minuut

Dichter Hendrik de Vries was al vroeg gefascineerd door klassieke dichters als Vondel en Bilderdijk en zou dit later ook in zijn werk laten zien. Dat kenmerkt zich door het vasthouden aan traditionele vormen, metrum en rijm. In Een schatrijke tuin schildert hij de grimmige sfeer van een tuin die streng bewaakt wordt: wie erin gaat, zal nooit wederkeren.

Meer weten? Je kunt op deze website het gedicht beluisteren, je verdiepen in de totstandkoming en de maker en ontdekken wat Leidenaren ervan vinden.

icon-close
Hendrik de Vries

Hendrik de Vries

Groningen 1896 - Haren 1989

In 1896 werd Hendrik de Vries als de zoon van de beroemde taalkundige Wobke de Vries in Groningen geboren. Zijn moeder was enigszins labiel, waardoor ze vaak in instellingen zat. Zijn vader gaf les op het gymnasium, maar kon geen orde houden, zoals Hendrik de Vries later zou opmerken. Al als kind ontdekte hij de poëzie van Vondel en Bilderdijk, waar hij door gefascineerd raakte. Volgens Hendrik de Vries zou de poëzie ook de reden zijn dat hij het op school niet zo ver bracht: na twee jaar in de eerste klas van de middelbare school gezeten te hebben, brak hij deze na twee maanden tweede klas af.

Werk

De Vries kwam in 1918 te werken op het Gronings Gemeentearchief en bleef daar tot 1947. Daarnaast reisde hij bijna ieder jaar naar Spanje. Hier deed hij veel inspiratie op voor zijn gedichten. Naast de invloed van de Spaanse gedichten op zijn eigen werk maakte hij ook vertalingen en schreef hij een deel van zijn poëzie in het Spaans. Naast dichter was hij ook tekenaar en schilder. In 1929 trad hij toe tot De Ploeg, een invloedrijke groep expressionistische Groningse kunstenaars. De Vries hield ook nu vast aan zijn eigen stijl, die op het eerste gezicht wat klassiek oogde en waarin het onderbewuste een terugkerend thema was.

Persoonlijk leven

In 1946 trouwde De Vries en ging hij in Haren wonen. Het werd vrij stil rondom hem, mede doordat zijn vroegere vrienden stierven. Ook vroegere bewonderaars lieten weinig meer van zich horen. “Ik ben geen populaire dichter, maar ik word wel gewaardeerd,” zei hij daar zelf over. In 1973 ontving De Vries de P.C. Hooftprijs en in 1989 overleed hij.
 

Waar gaat dit gedicht over?
icon-close

Waar gaat dit gedicht over?

Dit gedicht lijkt als een soort hier-waak-ik-bord te fungeren, alleen dan vele malen afschrikwekkender.

De eerste strofe schetst de situatie: er is een tuin vol schatten (niemand weet meer welke precies), die door honden bewaakt wordt. Die honden zijn echter ‘roofgierig wreed’ en daaruit kunnen we opmaken dat wie de tuin zou betreden, onmiddellijk door hen gegrepen wordt. Dat wordt nog eens door de laatste regel van de strofe bevestigd: ze bespieden iedereen, ‘zelfs wie nadert’.

Onheil

De tweede strofe is een voortzetting van de eerste: wie zelfs heel voorzichtig nadert, zelfs maar een stap zet, hoort de honden al nabij. Dat is voor iedereen zo, ongeacht rang of stand: iedereen die de tuin betreedt, komt er niet levend meer vandaan. Het gedicht is grimmig en werkt als een onheilspellende waarschuwing.

Oorlog

Dit gedicht werd geschreven aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en draagt de sfeer van die tijd. Mogelijk liet De Vries zich ook inspireren door traditionele voorbeelden: het beeld van Nederland als ‘veilige tuin’ die moest worden beschermd werd in de zestiende eeuw al veel op prenten gebruikt, en kwam ook terug in het werk van Vondel. De lezers van het tijdschrift Groot Nederland zullen die link waarschijnlijk hebben gelegd. Of dacht De Vries geheel niet aan de actualiteit, en doelde hij met de tuin op de droomwereld, die hij in veel gedichten verwerkte?
 

Ontstaan van dit gedicht
icon-close

Ontstaan van dit gedicht

Het gedicht Een schatrijke tuin verscheen in mei 1939 in het tijdschrift Groot Nederland. De Tweede Wereldoorlog stond op het punt uit te breken; in augustus werd het Nederlandse leger gemobiliseerd en in september 1939 viel Duitsland Polen binnen, waarde de oorlog een feit was.

Uitgave

Hij nam het vervolgens op in de bundel Toovertuin. In 1942 begon hij met het samenstellen, en een jaar later ontdekte hij de perfecte plaats voor het gedicht: tussen een paar andere “korte, furieuze castagnettendansen”. Het zou door de oorlogsomstandigheden echter tot 1946 duren voordat de bundel daadwerkelijk verscheen.
 

Ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Ik heb een verhaal bij dit gedicht

Heeft dit gedicht een speciale betekenis voor jou? Herinner je nog wanneer je het voor het eerst hoorde bijvoorbeeld? Of ben je het ooit ergens onverwachts tegengekomen? Laat het ons weten op muurgedichten@taalmuseum.nl! We voegen jouw verhaal graag toe aan deze website.
 

Dit gedicht in Leiden
icon-close

Hendrik de Vries in Leiden

Foto Anoesjka Minnaard

Dit muurgedicht werd op 28 juni 2000 onthuld. Het was het 78e muurgedicht dat door Stichting TEGEN-BEELD in Leiden werd gerealiseerd, op de muur van Aloëlaan 41. Dat pand stond op de nominatie om gesloopt te worden: de gemeente wilde er 24 ecowoningen bouwen. De buurtvereniging kwam in opstand en liet dit gedicht als ‘afschrikking’ schilderen. Toch was niet iedereen het hiermee eens: de kwestie verdeelde de buurt. De gemeente zette haar ideeën door: de bewoonster moest uit het huis, en nadat het huis eerst onklaar gemaakt werd om krakers te weren werd het pand uiteindelijk in de zomer van 2001 gesloopt. Daarmee verdween het muurgedicht dus ook, maar dit werd in 2006 opnieuw geschilderd. Het gedicht kwam daarmee terug aan de Aloëlaan, in een nieuwe vormgeving. Die lijkt nu geïnspireerd op het computerspel PAC-MAN. Eerder deed het muurgedicht denken aan de zon.

Foto: Ed Visser

Citaten
icon-close

Citaten

Wie brand wil stichten hoeft maar te graven: / Onder de wereld smeult altijd vuur."

Een citaat uit een gedicht van Hendrik de Vries dat zijn oeuvre kenmerkt.

Wist je dat?
icon-close

Wist je dat?

  • In 1946 stelde de stad Groningen ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Hendrik de Vries de Hendrik de Vriesprijs in. Deze werd tot 2011 uitgereikt. De eerste winnaar van deze prijs was Hendrik de Vries zelf. Na hem kregen onder andere Jan Wolkers en Willem Wilmink, die overigens groot bewonderaar van Hendrik de Vries was, de prijs. Van zowel Wolkers (de Herinnering) als Wilmink (Spelende meisjes) is rond Leiden een muurgedicht te vinden.
     
  • Hendrik de Vries won in 1971 de P.C. Hooftprijs.
     
Meer weten?
icon-close

Meer weten?

Dit lemma is geschreven door Chris Flinterman in samenwerking met het Taalmuseum. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

  • Bel, Jacqueline: Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945. Amsterdam 2016.
  • Bork, G.J. van & P.J. Verkruijsse: De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Digitaal: dbnl.org (11-5-2018)
  • Vegt, Jan van der (bezorging): Brieven 1919-1952: Hendrik de Vries en Constant van Wessem. Hilversum 2013.
  • Wilmink, Willem. Hendrik de Vries. Digitaal: dnbl.org (11-5-2018)