icon-close

Wij zullen het leven (1950)

Hans Lodeizen

Hans Lodeizens eerbetoon aan de balletdanser Nijinsky is een pleidooi voor leven in vrijheid.

Lees dit gedicht in het Nederlands
icon-close

Wij zullen het leven op grootse wijze behandelen
zoals wij een moordenaar behandelen onder ons.

*

Ik houd niet van kunst die sterft
in de mond van de zeer geliefde dichter.
Nu Nyjinski dood is moeten wij
voor alle vensters bloemen zetten, want
zo alleen blijft de schoonheid levend.
Wij willen een handvol kinderen, wijn, en
een speelplaats flink door de zon afgerost.

icon-close

Beluister dit gedicht in het Nederlands.
Stem: Lex van Itterson

Ontdek dit gedicht in een minuut
icon-close

Ontdek dit gedicht in een minuut

Hans Lodeizen was slechts 26 jaar toen hij in 1950 stierf. Zijn homoseksualiteit speelde een grote rol in zijn leven. Ook in dit gedicht lijkt hij hierover te willen spreken. Hij verbindt het thema met de dood van de balletdanser Nijinsky, die een schandaal veroorzaakte door een voorstelling waarin hij leek te masturberen. Het gedicht pleit voor het in stand houden van de kunst, de schoonheid en een gelijke behandeling van iedereen.

Meer weten? Je kunt op deze website het gedicht beluisteren, je verdiepen in de totstandkoming en de maker en ontdekken wat Leidenaren ervan vinden.

icon-close
Hans Lodeizen

Hans Lodeizen

Naarden 1924 – Lausanne 1950

Het leven van Hans Lodeizen werd gedomineerd door eenzaamheid. Op zijn tweede jaar kreeg Lodeizen astma, waardoor hij in zijn jeugd niet met vriendjes kon spelen. Zijn vrije tijd vulde hij daarom vooral met activiteiten in de buurt van zijn huis, zoals het bekijken van mieren in de tuin of het lezen van boeken.

Homoseksualiteit

In de puberteit raakte hij de astma kwijt, maar kwam hij voor een ander probleem te staan: hij ontdekte dat hij homoseksueel was, maar kon daar niet over praten. Hij probeerde zichzelf beter te leren kennen door nog meer te gaan lezen en gedichten te schrijven. In het oorlogsjaar 1943 slaagde hij voor het eindexamen. Dit betekende ook dat hij moest onderduiken om niet tewerkgesteld te worden.

Bevrijdingen

Na de Tweede Wereldoorlog studeerde hij een korte periode rechten aan de Universiteit Leiden. In 1946 trok hij naar Amerika om biologie te gaan studeren. Hij stopte echter in 1948 en kwam terug naar Nederland. In Amerika had hij zich in meerdere opzichten weten te bevrijden. Hij kwam uit de kast als homoseksueel en vond een eigen vorm voor zijn poëzie, die vooral door de Vijftigers met veel interesse ontvangen werd. Van 1948 tot 1950 schreef hij ruim 500 gedichten, waarvan een selectie in zijn eerste bundel, Het innerlijk behang, zou verschijnen. De bundel verscheen in 1950 en bleek zijn laatste te zijn. Hij stierf namelijk kort na zijn 26e verjaardag aan leukemie.
 

Waar gaat dit gedicht over?
icon-close

Waar gaat dit gedicht over?

De eerste regel van het gedicht laat een positief levensgevoel zien: een zekere groep, de ‘wij’, behandelt het leven op prachtige wijze. Hoe dat precies in zijn werk zou moeten gaan, blijft onduidelijk, maar het duidt op een levenslustige instelling. Het tweede vers introduceert echter een vreemde vergelijking en draait de hele voorstelling om: we zouden het leven moeten behandelen zoals we een moordenaar behandelen. Een moordenaar wordt echter verstoten, staat aan de rand van de samenleving. Daarmee zouden we dus ook het leven verstoten. Het is een vreemde tegenstelling, die echter het gedicht kenmerkt.

Nijinsky

Het gedicht lijkt te draaien om de dood van Vaslav Nijinsky, een Russische balletdanser uit het beroemde gezelschap Les Ballets Russes die op 8 april 1950 overleed. Zijn grootste roem behaalde hij in 1912 met het stuk Prélude à l'après-midi d'un faune, een dromerig balletstuk op muziek van Claude Debussy, dat het ontwaken van een faun toont. Zijn carrière eindigde in 1919 abrupt toen er schizofrenie bij hem werd geconstateerd. Hij zou tot zijn dood, 30 jaar later, zwijgen.

Stervende kunst

Aan dit zwijgen lijkt de kunst die sterft in de mond van de dichter in het derde en vierde vers te refereren. Lodeizen trekt het zwijgen door naar een dichter, waarmee hij wellicht zichzelf bedoelt. Als een dichter geen woorden meer uitspreekt, sterft de kunst, omdat de dichter enkel het woord tot zijn beschikking heeft. De volgende verzen refereren expliciet aan de dood van Nijinsky. Door bloemen neer te zetten, wordt een eerbetoon aan de dichter gegeven en tevens de schoonheid en daarmee de herinnering aan de kunstenaar levend gehouden.

De dichter in het licht

Het einde van het gedicht werkt bevreemdend. Weer wordt de ‘wij’ vorm gebruikt, waarvan onduidelijk is wie bedoeld wordt. Er worden een paar wensen uitgesproken: een handvol kinderen, wijn en een speelplaats. Deze wensen lijken vanuit Lodeizen zelf te komen. Met de kinderen zou hij jongens, wellicht jongemannen kunnen bedoelen, met de speelplaats een plaats waar hij hen vrij kan ontmoeten. Het lijkt hierbij dus om een schreeuw om vrijheid te gaan, een mogelijkheid om aan zijn seksuele voorkeur uiting te kunnen geven. Daar past ook de uitspraak ‘flink door de zon afgerost’ bij: hij kan dan zijn homoseksualiteit in het licht brengen, waardoor deze gereinigd wordt (de oudere betekenis van afrossen).

Nu lijken ook de eerste twee regels makkelijker te verklaren. Enerzijds willen we het leven ten volste leven, er alles voor geven. Hans Lodeizen vraagt zich echter af of dat nog mogelijk is als we door bijvoorbeeld de seksuele voorkeur uit de samenleving gestoten worden.

Ontstaan van dit gedicht
icon-close

Ontstaan van dit gedicht

Het gedicht is heel precies gedateerd: 20 april 1950. Hans Lodeizen schreef het naar aanleiding van het overlijden van de Pools-Russische balletdanser Vaslav Nijinsky (1899 - 1950), op 8 april 1950.

Ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Ik heb een verhaal bij dit gedicht

Heeft dit gedicht een speciale betekenis voor jou? Herinner je nog wanneer je het voor het eerst hoorde bijvoorbeeld? Of ben je het ooit ergens onverwachts tegengekomen? Laat het ons weten op muurgedichten@taalmuseum.nl! We voegen jouw verhaal graag toe aan deze website.

Dit gedicht in Leiden
icon-close

Hans Lodeizen in Leiden

Foto Inge Harsten

Hans Lodeizen studeerde na de Tweede Wereldoorlog korte tijd aan de Universiteit Leiden. Hij begon hier een studie rechten, maar besloot al snel te stoppen en in Amerika biologie te studeren.

Muurgedicht

Dit muurgedicht is sinds 1993 te vinden aan de Haarlemmerstraat 78 in Leiden (zijgevel). Het was het 6e muurgedicht dat door Stichting TEGEN-BEELD werd gerealiseerd.
 

Citaten
icon-close

Citaten

Het is zo ongezond om gelukkig te zijn / het leven is de werkelijke ziekte

Hans Lodeizen
 

Wist je dat?
icon-close

Wist je dat?

  • Herman van Veen zette verschillende gedichten van Hans Lodeizen op muziek. Wellicht het bekendst is de bewerking van het gedicht Weet je nog?
     
  • Arthur Japin schreef een roman over Vaslav Nijinsky: Vaslav. Hierin speelt onder meer zijn laatste optreden een grote rol.
Video
icon-close

Dit gedicht is op muziek gezet door de Leidse band Street fable. 

Meer weten?
icon-close

Meer weten?

Dit muurgedicht is geschreven door Chris Flinterman in samenwerking met het Taalmuseum. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: