icon-close

Taalles (1962)

Elisabeth Eybers

Wat leert Eybers taalles ons? Taal vormt en weerspiegelt de mens.

illustratie: lees in nederlands
icon-close

Taalles

De eerste woordsoorten die mensen leren
Vóór drie jaar oud zijn levenslang genoeg
Om de hoogste nood te formuleren
zoals: ik heb honger… hou van jou…. ben moe

Plots uit die zoete ontmoeting weggerukt
hebben zij een nieuwe ontmoetingsplaats ontdekt
om over en over, onnozel van geluk
toereikend te verduidelijken: jij en ik

‘n Maand daarna - want tijd brengt raad - hanteren
zij moeiteloos dichtgeweefde betekenis
die voegwoorden van kunstig verweer
zoals: daarentegen…. ondanks… desalniettemin ....

icon-close

Is het Afrikaans jouw moedertaal en wil je Taalles inspreken? Neem dan contact met ons op via muurgedichten@taalmuseum.nl!

illustratie: ontdek dit gedicht in 1 minuut
icon-close

Ontdek dit gedicht in een minuut

Een jong kind gebruikt klare taal. Wat het wil of meent, is direct duidelijk. Als de taalbeheersing toeneemt, wordt het taalgebruik verfijnder. Eybers lijkt zich daarbij neer te leggen, maar is er niet onverdeeld positief over. Heb je eigenlijk niet voldoende aan kleutertaal, is de rest niet overbodig en gekunsteld? Haar gedicht lijkt zelf het beste tegenargument: ze speelt met dubbele betekenissen en toont zo de rijkheid van taal.

Meer weten? Je kunt op deze website het gedicht beluisteren, je verdiepen in de totstandkoming en de maker en ontdekken wat Leidenaren ervan vinden.
 

icon-close
Elisabeth Eybers

Elisabeth Eybers

Klerksdorp, Transvaal, 1915 - Amsterdam, 2007

Elisabeth Eybers was een belangrijke Zuid-Afrikaanse dichter en was de eerste vrouw die een dichtbundel in het Afrikaans uitbracht. Ze bestudeerde die taal aan Wits University in Johannesburg en was daarna redacteur van een aantal (literaire) tijdschriften. In 1937 trouwde ze met zakenman Albert Wessels. Ze kregen vier kinderen en besloten in 1961 uit elkaar te gaan.

Eybers in Nederland

Na haar echtscheiding emigreerde Eybers in 1961 naar Amsterdam. Ze verwierf hier in korte tijd een eigen plaats in de literaire wereld. Haar gedichten bleven Afrikaans, maar Eybers liet Nederlandse elementen toe, zodat men soms sprak van tussentaal. Ze schreef een kleine dertig dichtbundels. In 1991 werd haar de belangrijkste Nederlandse literaire onderscheiding toegekend, de P.C. Hooftprijs.
 

illustratie: over dit gedicht
icon-close

Waar gaat dit gedicht over?

Eybers opent dit gedicht met de taal die een klein kind al kent. Daarmee worden wensen en gedachten heel direct naar voren gebracht. Die taal is volgens haar ‘lewenslank genoeg’, ofwel je hebt eigenlijk heel je leven niet meer taal nodig dan je als driejarige beheerst. Toch verwerven we ingewikkelder en doordachter taalgebruik, ‘diggeweefde sin’ (dichtgeweefde zinnen). Is dat alleen een verrijking? Deze taalles leert ons dat taal ook zorgt voor afstand.

Taalspel

Eybers speelt in dit gedicht met dubbele betekenissen. De eerste ‘rededele’ die de mens leert, kan worden vertaald als ‘woordsoorten’ maar hint ook op het letterlijk delen van de rede, ofwel vertellen wat er in iemand omgaat. En de drie ‘voegwoorde van kunstige verweer’ daarenteen, ondanks en desnietemin zijn in feite geen voegwoorden maar voorzetsels. Ze voegen ook niet samen, maar scheppen juist afstand. Ook het woord ‘kunstig’, doorgaans positief, heeft hier een ongunstige betekenis: kunstmatig, gemaakt.

illustratie: ontstaan van dit gedicht
icon-close

Ontstaan van het gedicht

Een jaar nadat ze in Nederland ging wonen, publiceerde Elisabeth Eybers de bundel Balans (1962). Hierin maakte ze de balans op van haar leven. Ook Taalles is hierin terug te vinden. Dichter Jozef Deleu, die haar thuis opzocht toen ze aan deze bundel werkte, zag in Balans “ontgoocheling, vrijwel overal scherp uitgesproken, van een mens die veel heeft geloofd, gehoopt en wie weet, misschien zelfs té veel en vooral tevergeefs heeft bemind. Deze bijna vijftigjarige vrouw en moeder houdt van haar hart niet veel meer over dan wat scherven.”

illustratie: ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Ik heb een verhaal bij dit gedicht

Heeft dit gedicht een speciale betekenis voor jou? Herinner je nog wanneer je het voor het eerst hoorde bijvoorbeeld? Of ben je het ooit ergens onverwachts tegengekomen? Laat het ons weten op muurgedichten@taalmuseum.nl! We voegen jouw verhaal graag toe aan deze website.
 

illustratie: gedicht in leiden
icon-close

Elisabeth Eybers in Leiden

Foto Leo van Zanen

Dit gedicht is sinds 1998 te vinden aan de Zuster Meijboomstraat 2 in Leiden. Het was het 64e muurgedicht dat door Stichting TEGEN-BEELD werd gerealiseerd. Het is te vinden op een muur van de Anne Frankschool in de wijk Stevenshof. Alle straten in deze wijk hebben de naam van een vrouw gekregen, daarom was het een logische keuze om in deze wijk ook gedichten van vrouwen te plaatsen. De uitvoering is opvallend: iedere regel is in een andere kleur geschilderd. Het zijn de kleuren van de vlag van Zuid Afrika.

illustratie: citaten
icon-close

Citaten

Vandat ek in Nederland woon, voel ek my natuurlik bewuster van my besondere identiteit as Afrikaanssprekende. Tog kan ek nie Afrikaans sonder meer my moedertaal noem nie. My moeder het uit ‘n Engelssprekende gesin gekom en ons het tuis ewe veel Engels as Afrikaans gepraat. Die dorp waarin ek opgegroei het, was oorwegend Afrikaanssprekend en Afrikaans was die voertaal op skool. Maar tuis was ons omring deur Engelse boeke; ek het byna uitsluitend Engels gelees en my eerste digpoging was in Engels

Elisabeth Eybers, over haar band met het Afrikaans
 

Eybers lived her day-to-day life in Dutch but basically refused to write poems in it. That stubbornness was enormously appealing to me: it was a good reminder of the necessity of independence to poets.

Jacquelyn Pope, dichter en literair vertaler
 

illustratie: wist je dat
icon-close

Wist je dat?

  • Het lijkt wel alsof dit gedicht moeilijk in woorden te vangen is. Op de Leidse muur ontbreekt bij: “hanteer hulle moeiteloos die diggeweefde sin” het woordje “die”. In het boekje Dicht op de muur 2 staat in de eerste regel geen “rededele” maar “mededele”. Dat zijn twee fouten. Op de muur staat daarnaast in de tiende regel “hulle”, In de Versamelde gedigte (Kaapstad 2004): “hul”, maar in dit geval is juist de versie van de muur beter.
illustratie: lees dit gedicht in het engels
icon-close

Taalles

Die eerste rededele wat mens leer
vóór drie jaar oud is lewenslank genoeg
om die akuutste nood te formuleer
soos: ek het honger … hou van jou … is moeg …

Plots uit die soet ontmoeting weggeruk
het hulle 'n nuwe saamkomplek ontdek
om oor en oor, onnosel van geluk,
toereikend te verduidelik: jy en ek …

'n Maand daarna - want tyd bring raad - hanteer
hul moeiteloos diggeweefde sin,
die voegwoorde van kunstige verweer
soos: daarenteen … ondanks … desnietemin …
 

Video
icon-close

Dit gedicht is op muziek gezet door de Leidse band Street fable.

illustratie: lees dit gedicht in het engels
icon-close

Language lesson

The first word classes people learn
before the age of three last them a lifetime
to formulate their utmost, acute needs
like: I am hungry … I love you … am tired

Suddenly ripped from that sweet encounter
they have discovered a new meeting place
in which over and over, mad with bliss
can be made clear sufficiently: you and I

A month has passed - for time will tell - they use
closely-woven sentences with no effort at all
those conjunctions of artful deflection
like: however … although … nonetheless ...

Translation: Anne Oosthuizen

illustratie: meer weten
icon-close

Meer weten?

Dit lemma is geschreven door Eep Francken in samenwerking met het Taalmuseum. De vertaling naar het Engels is gemaakt door Anne Oosthuizen. Er is gebruik gemaakt van de volgende publicaties:

  • Atwell, David en Derek Attridge (eds.): The Cambridge history of South African literature. Cambridge, Cambridge U.P. 2012.
  • Cloete, T.T.: “Die taalles van die gedig”. In: Kaneel. Opstelle oor die letterkunde. Kaapstad, Nasionale Boekhandel 1970, 35-40.
  • Deleu, Jozef, ‘“Balans” door Elisabeth Eybers’, Dietsche Warande en Belfort 109 (1964) 298, via DBNL.nl
  • Eybers, Elisabeth: Versamelde gedigte. Derde, opnuut uitgebreide uitgawe. Kaapstad, Human & Rousseau Tafelberg 2004.
  • Francken, Eep en Luc Renders: Skrywers in die strydperk. Krachtlijnen in de Zuid-Afrikaanse letterkunde. Amsterdam, Bert Bakker 2005.
  • Jansen, Ena: Afstand en verbintenis. Elisabeth Eybers in Amsterdam. Pretoria, J.L. van Schaik 1996.
  • Kannemeyer, J.C.: Geskiedenis van die Afrikaanse literatuur. Deel 2. Pretoria enz., Academica 1983.
  • Spies, Lina: “Elisabeth Eybers (1915-“. In: H.P. van Coller (red.): Perspektief en profiel. ’n Afrikaanse literatuurgeskiedenis. Deel 1. Pretoria, J.L. van Schaik 1998, 428-439.
  • “An Afrikaans Poet in Amsterdam: Translating Elisabeth Eybers” (2017) Jacquelyn Pope via WorldLiteratureToday.org