icon-close

’t ZWERK ligt terneergeslagen (1928)

Jan Slauerhoff

Verlangen speelt bij Slauerhoff de hoofdrol, maar wat als dat verlangen niet vervuld kan worden? Dan rest enkel nog de ondergang…

illustratie: lees in nederlands
icon-close

'T ZWERK ligt terneergeslagen

'T ZWERK ligt terneergeslagen.
Ik laat geen licht, geen ster meer dagen.
Wel kon ik, met een vleugelreppen,
Werelden uit den chaos scheppen.
Laat' ik het nacht,
Maar wars van iedre wereldorde.
Ik haat de horde
Die, 't slijk ontkropen, zich verheft
Op stof, geen goden meer beseft.
Ik haat de horde,
Ik laat het nacht.

icon-close

Beluister dit gedicht in het Nederlands.
Stem: Leo van Zanen

illustratie: ontdek dit gedicht in 1 minuut
icon-close

Ontdek dit gedicht in een minuut

Dichter en scheepsarts J.J. Slauerhoff was een zoekende geest. Hij maakte lange reizen naar verre oorden, maar vond zijn geluk nergens. Veel van zijn gedichten hebben dan ook noodlot, ondergang of onvervuld verlangen als thema. Ook in dit gedicht is dat het geval: hierin besluit de dichter dat hij liever maar geen gedichten schrijft, als hij er toch zijn geluk niet mee vindt.

Meer weten? Je kunt op deze website het gedicht beluisteren, je verdiepen in de totstandkoming en de maker en ontdekken wat Leidenaren ervan vinden.

icon-close
Jan Slauerhoff

Jan Slauerhoff

Leeuwarden 1898 - Hilversum 1936

Slauerhoff groeide op in een Fries middenstandsgezin. Hij ging in Amsterdam medicijnen studeren en begon in die periode ook te dichten. Zijn eerste gedichten publiceerde hij in het studententijdschrift Propria Cures, daarnaast werkte hij mee aan tijdschriften als Het Getij en De Vrije Bladen. De inspiratie voor zowel zijn gedichten als vrije levensstijl vond hij bij Franse dichters als Baudelaire en Verlaine. Zijn debuutbundel verscheen in 1923, het jaar van zijn afstuderen.

Scheepsarts

Tegen de wil van zijn ouders, die hem liever als huisarts zagen, ging Slauerhoff als scheepsarts werken. Zijn zwakke gezondheid was daarbij een probleem, hij had zware astma en leek niet bestand tegen allerlei tropische ziektes. Toch bleef hij reizen, en schreef hij daarbij gedichten en verhalen. Zijn verhalen spelen zich regelmatig af op andere continenten.

Relatie

In 1930 trouwde Slauerhoff met Darja Collin. Zijn slechte gezondheid bracht hem ertoe in Italië een kuur te volgen. Zijn zwangere vrouw reisde hem achterna. Hun zoon werd echter dood geboren, waarna Slauerhoff in een depressie raakte. In 1935 werd het huwelijk ontbonden. Hij bleef reizen, en liep daarbij malaria en tuberculose op. Hij keerde terug naar Nederland en overleed op 5 oktober, kort voor zijn 38e verjaardag.

illustratie: over dit gedicht
icon-close

Waar gaat dit gedicht over?

Dit gedicht gaat over het schrijven van gedichten. Slauerhoff noemt dit scheppen, een woord dat ook in de bijbel vaak voorkomt. Voelde dat voor hem als een bijna religieuze ervaring? In ieder geval leest het gedicht als een alternatief scheppingsverhaal. De ik-persoon heeft ervaring in het scheppen van werelden (het schrijven van gedichten), maar kiest er nu voor geen licht of ster meer te laten schijnen en geen orde meer in de chaos te scheppen. Ofwel, om niet langer te dichten.

De reden hiervoor geeft de dichter in de volgende regels: hij haat de horde, de onbeschaafde massa. Zij geloven niet meer in de schepper, ofwel: ze voelen zich superieur en waarderen de schepping (zijn gedichten) niet. Overigens was Eldorado, waarin dit gedicht in 1928 verscheen, niet Slauerhoffs laatste dichtbundel. Hij schreef nog tientallen gedichten.

illustratie: ontstaan van dit gedicht
icon-close

Ontstaan van dit gedicht

J.J. Slauerhoff werd gedreven door een onstilbaar verlangen naar het onbekende. Hij maakt grote reizen naar onder andere China en Zuid-Amerika. Op zijn reizen schrijft hij ook veel gedichten en in 1928 verschijnt zijn vierde bundel, Eldorado. In de gedichten komt het verlangen veelvuldig terug, vooral gevuld als een verlangen naar exotische, verre streken. Toch zit er ook een element van de zwarte Romantiek in, waarvan de verwachting van de ondergang, zoals deze in dit gedicht uitdrukking krijgt, het duidelijkst aanwezig is.

Stadsverhalen
icon-close

Stadsverhalen

Theatermaker Erik Siebel interviewde huiseigenaren over het gedicht op hun muur. Beluister hier het interview met Frits van Oosten: “Het is zo somber dat de buren zeggen: Nou, wij kiezen voor een vrolijk gedichtje.”

Tijdsduur: 4.02 minuten.

illustratie: ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Ik heb een verhaal bij dit gedicht

Heeft dit gedicht een speciale betekenis voor jou? Herinner je nog wanneer je het voor het eerst hoorde bijvoorbeeld? Of ben je het ooit ergens onverwachts tegengekomen? Laat het ons weten op muurgedichten@taalmuseum.nl! We voegen jouw verhaal graag toe aan deze website.

illustratie: gedicht in leiden
icon-close

Jan Slauerhoff in Leiden

Foto Anoesjka Minnaard

Frits van Oostrom, voormalig hoogleraar Letterkunde aan de Universiteit van Leiden, wilde graag een gedicht van Slauerhoff op het huis van zijn jarige schoonmoeder aan het Utrechts Jaagpad. Het gedicht 'T Zwerk werd onthuld in augustus 2002 en was daarmee het 83e muurgedicht dat door Stichting TEGEN-BEELD in Leiden is gerealiseerd. Aan de overkant van de Rijn is een ander gedicht gerealiseerd, namelijk Kleine ode aan het water van Gerrit Achterberg. Dat is inmiddels helaas moeilijk te zien omdat er een ander pand voor is gebouwd.

illustratie: citaten
icon-close

Citaten

In Nederland wil ik niet leven
Men moet er steeds zijn lusten reven,
Ter wille van de goede buren,
Die gretig door elk gaatje gluren.

Jan Slauerhoff in zijn gedicht In Nederland

illustratie: wist je dat
icon-close

Wist je dat?

  • De Portugese fadozangeres Cristina Branco heeft meerdere gedichten van Slauerhoff op muziek gezet.
     
  • J.J. Slauerhoff schreef ook twee bundels onder het pseudoniem John Ravenswood.
     
  • Er verscheen ook een bundel met Franstalige gedichten van J.J. Slauerhoff, Fleurs de marécage.
Video
icon-close

Dit gedicht is op muziek gezet door de Leidse band Street fable

illustratie: meer weten
icon-close

Meer weten?

Dit lemma is geschreven door Chris Flinterman in samenwerking met het Taalmuseum. Daarbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: