icon-close

Een woedende zee! (1689)

Matsuo Basho

Een wilde zee scheidt dichter Basho van de gevangenen op het eiland. Of zijn ze toch verbonden, onder dezelfde sterrenhemel?

illustratie: lees in nederlands
icon-close

Lees dit gedicht in het Nederlands

Een woedende zee            
tot aan het eiland Sado        
strekt zich de Melkweg  
     
Vertaling door J. van Tooren
 

illustratie: ontdek dit gedicht in 1 minuut
icon-close

Ontdek dit gedicht in een minuut

Op een reis door Noord-Japan bereikt Matsuo Basho de kust. Voor hem ligt het eiland Sado, waar gevangenen naar verbannen worden. Hoewel hij het eiland duidelijk kan zien, voelt het heel ver weg. De emoties die hij had toen hij ‘s avonds uit het raam keek, deelde Bashō in deze haiku.

Meer weten? Je kunt op deze website het gedicht beluisteren, je verdiepen in de totstandkoming en de maker en ontdekken wat Leidenaren ervan vinden.

icon-close
Matsuo Basho

Over Matsuo Basho

Matsuo Basho (Ueno 1644 - Osaka 1694)

Matsuo Basho is de schrijversnaam van Matsu Kinsaku. Als zoon van een samoerai van lage rang was hij voorbestemd voor een doorsnee carrière in het leger. Dat veranderde toen hij page werd van Todo Yoshitada, de zoon van de lokale gouverneur. Zij leerden elkaar kennen vanwege hun gezamenlijke passie voor haikai no renga, een kettinggedicht waarvoor meerdere dichters samenwerken. Toen Tōdō Yoshitada in 1672 overleed, verhuisde Basho naar Edo (Tokyo) om zich daar verder te verdiepen in de poëzie.

Grondlegger van Haiku

In Edo verwierf Basho bekendheid met zijn reisverhalen en zijn haiku, korte gedichten volgens een vast patroon. Hij kreeg duizenden leerlingen uit het hele land en leerde hen niet alleen de techniek van de haiku, maar vooral ook de geestesgesteldheid waaruit ze moet ontspringen. Volgens Basho was haiku een manier van leven, ‘een staat van bereidheid’. Bereidheid om het leven te aanvaarden zoals het kwam, inclusief armoede en eenzaamheid en niet vrij van droefheid, maar wel van de angst ervoor. Hij drukte zijn studenten op het hart dat schoonheid in allerlei vormen te vinden was en riep hen op te blijven zoeken. Haiku betekende volgens Basho vrij zijn - van traditie, vrees voor traditie en van allerlei behoeften. Ten slotte moest men bereid zijn om de vrucht van jarenlange studie en voorbereiding in enkele korte verzen weg te geven.

Reiziger

Basho heeft veel gereisd om de landschappen, tempels en historische plaatsen van Japan te zien en leerlingen te bezoeken. Zijn reisboeken - proza, afgewisseld met haiku - bevatten sommige van zijn mooiste verzen. Hij trok met wind en wolken mee, zoals hij zei, en bleef gefascineerd door ‘de kunst, waaraan ik mij heb gewijd, hoe en onkundig ook; maar dit heb ik gekozen met uitsluiting van al het andere.’ Basho stierf op vijftigjarige leeftijd op reis, op een koude winterdag, precies zoals hij zich dit altijd had voorgesteld.
 

illustratie: over dit gedicht
icon-close

Waar gaat dit gedicht over?

Dit gedicht gaat over het moment waarop Bashō tijdens een lange reis kijkt naar het eiland Sado voor de kust van Japan. De Leidse sterrenkundige Vincent Icke, op wiens huis dit gedicht is aangebracht, vertelt: “Sado was een gevangeniseiland, zoiets als Alcatraz. Bashō geeft aan dat de veroordeelden daar van het vasteland gescheiden zijn door de ‘woedende zee’, een onoverbrugbare hindernis, zowel geografisch als emotioneel (woedend, omdat zij door hun medemensen verstoten zijn). Maar desondanks worden zij, of je het wilt of niet, met het land en de vrije mensen verbonden door die lichtende band aan de hemel, de Melkweg, die een brug vormt van horizon tot horizon."

Een rijke traditie

Dat Bashō over de Melkweg spreekt, is geen toeval. Schrijver en Japanoloog Jos Vos legt uit: “Basho schreef dit gedicht in de zevende maand van de Japanse maankalender. Deze maand staat bekend als de ‘Dichtersmaand’. Het belangrijkste feest van deze maand, Tanabata, vindt plaats op de zevende nacht. Dit is de enige nacht van het jaar dat de ‘weefster’ en de ‘herder’ (twee sterren) elkaar volgens een oude Chinese legende ontmoeten. Om bij elkaar te komen moeten ze de Melkweg oversteken.”

Voor Leidenaar Arie de Kluijver, die de research voor deze webpagina deed, gaat dit gedicht over het gevoel van verlatenheid dat hem kan overvallen als hij ver weg van huis is.

illustratie: ontstaan van dit gedicht
icon-close

Ontstaan van dit gedicht

Op 16 mei 1689 vertrok Matsuo Basho op een lange reis, samen met zijn leerling Kawai Sora. In 150 dagen trokken ze door de noordelijke provincies van Japan en legden ze ruim 2.400 km af. Basho publiceerde een verslag van deze reis onder de naam Oku no Hosomichi (De smalle weg naar het verre noorden). Het gedicht Een woedende zee! is daarin opgenomen.

Het eiland Sado

“Op mijn voettocht langs de noordelijke kust overnachtte ik bij Kaap Izumo in Echigo,” vertelt Basho in zijn reisverslag. “Daar strekte het eiland Sado zich uit, achttien mijl ver weg in de zee, door blauwe golven van mij gescheiden en vijfendertig mijl groot van oost naar west. Zo helder zag ik het voor me – tot aan de steilste pieken en de meest verborgen valleien – dat ik verwachtte het te kunnen aanraken. Dit eiland, waar zoveel goud is gevonden, verdient het toch zeker om eindeloos bemind te worden, door de hele wereld erkend als een ware schat. Ik vind het zonde dat het zo’n slechte naam heeft en alleen de reputatie geniet een oord te zijn waarheen grote misdadigers en vijanden van het Hof worden verbannen.”

Een woedende zee!

Over Sado zou Basho de haiku schrijven die nu in Leiden te vinden is. In zijn reisverslag legt hij uit hoe hij dat kwam: “Om de droefheid van mijn reis te verlichten opende ik het raam. De zon was al weggezonken in de zee en er stond een wazige maan. Hoog aan de hemel hing de Zilveren Stroom, helder flonkerden de sterren, en vanuit de open zee bereikte mij het niet-aflatende klotsen van de baren. Het was alsof mijn ziel uit mijn lijf werd gesneden en mijn maag werd opengekerfd. Opeens werd ik zó door droefheid overmand dat ik niet meer dacht aan slapen. Ik kon het niet helpen, maar de mouwen van mijn zwarte gewaad werden zo nat van mijn tranen dat ik ze had kunnen uitwringen.”

illustratie: ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Ik heb een verhaal bij dit gedicht

Heeft dit gedicht een speciale betekenis voor jou? Herinner je nog wanneer je het voor het eerst hoorde bijvoorbeeld? Of ben je het ooit ergens onverwachts tegengekomen? Laat het ons weten op muurgedichten@taalmuseum.nl! We voegen jouw verhaal graag toe aan deze website.

illustratie: gedicht in leiden
icon-close

Basho in Leiden

Foto Anoesjka Minnaard

Buigen voor de schilder

Het gedicht is in 1994 aangebracht aan het Rapenburg 75 (zijgevel aan de Nonnensteeg) in Leiden. Het was het 25e muurgedicht dat door Stichting TEGEN-BEELD werd gerealiseerd. Het is geschiilderd door Jan Willem Bruins. Als voorbeeld gebruikte Bruins handgeschreven Japanse karakters op papier. Terwijl hij aan het schilderen was, kwam er een groep Japanners voorbij. Vol bewondering bleven ze staan kijken hoe Bruins uit de losse hand karakters op de muur aanbracht. Ze vroegen of hij een kalligrafeercursus had gevolgd. Toen hij zei dat hij het voor het eerst deed, maakten ze een diepe buiging voor de schilder. Het muurgedicht is in 2006 gerestaureerd.

Ik zie een ster

De Leidse sterrenkundige, natuurkundige en beeldend kunstenaar Vincent Icke koos de haiku van Basho uit om de muur van zijn huis te versieren. Icke ontwierp zelf een signatuur, dat er uit ziet als een Japanse kersenbloesem. De kersenbloem wordt vaker gebruikt in Japanse familiewapens. Het beeld is samengesteld uit zijn initialen ‘V’ en ‘I’, die in het midden van de bloesem een ster vormen.

Foto: Ed Visser

illustratie: betekenis voor een groep
icon-close

Basho en de haiku

Basho is de grondlegger van de haiku, een dichtvorm die gebruik maakt van de 5-7-5 regel: de eerste zin telt 5, de tweede 7 en de derde weer 5 lettergrepen. In Japan schrijft men een haiku vaak in één verticale regel, waarin wel een driedeling is te herkennen. Daar wordt meestal ook gebruik gemaakt van een zogenaamd snijwoord, de kireji: een woord zonder inhoudelijke betekenis dat sterk de gevoelswaarde of toon van het gedicht bepaalt.

Vaak gaan haikugedichten over de natuur en bevatten ze geen waardeoordeel. Ook wordt er in principe geen gebruik gemaakt van rijm, maar wordt er op subtielere manier gespeeld met klank, zoals herhaalde klinkers of medeklinkers. Inmiddels wordt deze vorm in vele landen en talen beoefend. Sommige westerse haikudichters houden zich precies aan de oorspronkelijke Japanse regels, anderen, ook in Japan zelf, vinden dat het onzin is om daar in andere landen en talen zo strak aan vast te houden.

Japanse volkspoëzie

Basho en haiku zijn belangrijk voor Japanners. De Nederlandse haikupionier J. van Tooren schrijft: “Poëzie is populair in Japan; en wel in een mate die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen. Vrijwel iedereen schrijft wel eens een vers; men leest en kent de grote dichters; en het begrip, de waardering voor poëzie is verbreid onder grote lagen van de bevolking. Dit hangt samen met de aard en de geschiedenis van de Japanse verskunst, die van meet af aan niet gericht was op exclusieve uitdrukking van de eigen persoonlijkheid van de dichter, maar op het meedelen, in eenvoudige, begrijpelijke en harmonische vorm, van wat hij heeft gezien en ervaren.”

illustratie: citaten
icon-close

Citaten

Basho’s invloed is onmetelijk groot


Miyamori, schrijver van het standaardwerk An Anthology of Haiku Ancient and Modern.
 

Zoek niet naar de voetsporen van de wijzen. Zoek wat zij zochten.

Matsuo Basho.

illustratie: wist je dat
icon-close

Wist je dat?

  • Basho betekent in het Japans ‘bananenboom’. Als Basho in 1680 besluit zich terug te trekken en zich als kluizenaar af te zonderen, bouwen zijn leerlingen een hut voor hem en planten hier een bananenboom voor. Zodra de dichter in de hut gaat wonen, kiest hij de voornaam Basho.
  • Vanaf de zeventiende eeuw werd de term haikai (afkorting van haikai no renga) gebruikt voor de poëtische experimenten van samoerai, kooplieden en welgestelde burgers. Net als de gegoede burger schreef ook Basho met zijn leerlingen kettingverzen, maar dan zonder zich te laten remmen door de verfijnde regels van de aristocratische poëzie.
  • Het woord ‘haiku’ is ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw, dus pas eeuwen na het overlijden van Basho. Haiku is gebaseerd op het woord Hokku. Dit is het openingsgedicht van een kettingvers met een patroon van 5+7+5 lettergrepen. De Japanse dichter Shiki bedacht voor dit soort verzen de term ‘haiku’. Vrijwel alle hokku van Basho kwamen tot stand bij het schrijven van kettingverzen, een groepsactiviteit bij uitstek. Toch golden hokku al in de zeventiende eeuw als gedichten die ook op zichzelf konden staan. Basho verwerkte tientallen hokku in zijn reisverhalen.
  • De eerste westerling die een haiku schreef was een Nederlander. Hendrik Doeff, bewindhebber op het Nederlandse handelseilandje Dejima bij Nagasaki, schreef in 1819 waarschijnlijk als eerste niet-Japanner een haiku.
  • Bashō schreef dit gedicht op de feestdag Tanabata. Deze dag wordt in Japan nog steeds gevierd. De mensen versieren hun huizen met lange bamboetwijgen, waaraan stroken gekleurd papier worden gehangen, die volgeschreven worden met versjes of vrome wensen.
     


 

illustratie: lees dit gedicht in het engels
icon-close

Lees dit gedicht in het Japans

荒海や
差渡によこたふ
天の川

---

Ara umi ya
Sado ni yokotafu
Ama no gawa

Video
icon-close

Dit gedicht is op muziek gezet door de Leidse band Street fable.

illustratie: lees dit gedicht in het engels
icon-close

The rough sea

The rough sea -
Extending toward Sado Isle,
The Milky Way

Translation by R.H. Blyth

illustratie: meer weten
icon-close

Meer weten?

Dit lemma is geschreven door Arie de Kluijver en het Taalmuseum. De vertaling naar het Engels is door Anne Oosthuizen. Er is gebruik gemaakt van de volgende publicaties:

  • Matsuo Basho, De smalle weg naar het verre noorden; Gekozen, vertaald en ingeleid door Jos Vos (Amsterdam 2011)
  • J. van Tooren, Haiku een jonge maan (Amsterdam 1973)
  • Haiku.nl