icon-close

O (1982)

Jan Eijkelboom

illustratie: lees in nederlands
icon-close

O

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat
moet bezinken,
verdicht zich tot een sprake-
loos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

O, klonk het nog eens ongehinderd.

icon-close

Listen to this poem in Dutch.
Voiced by: Lex van Itterson

icon-close
Jan Eijkelboom

Jan Eijkelboom

Slikkerveer 1926 – Dordrecht 2008

illustratie: ik heb een verhaal bij dit gedicht
icon-close

Share your story

Does this poem hold a special place in your heart? For example, do you remember when you first read the poem? Or did you come across it someplace unexpected? Let us know at muurgedichten@taalmuseum.nl! We would love to add your story to our website.

illustratie: gedicht in leiden
icon-close

Jan Eijkelboom in Leiden

Photo Inge Harsten

Video
icon-close

Dit gedicht is op muziek gezet door de Leidse band Street fable. 

illustratie: meer weten
icon-close

Learn more

This entry was written by Het Taalmuseum in collaboration with Nikki Spoelstra. The following publications were consulted:

  • Brems, Hugo. Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2013.
  • Fens, Kees. “De taal had het goed bij Jan Eijkelboom”. De Volkskrant, 28 februari 2008.
  • Freriks, Kester. “Geen spijt, geen trots”. NRC Handelsblad, 12 januari 2001.
  • Gemeren, Rémon van. Een bezetenheid zo bijna kalm. De poëzie van Jan Eijkelboom. Dordrecht: Uitgeverij Liverse, 2013.
  • Monna, Janita. “In Memoriam Jan Eijkelboom (1926-2008)”. De Groene Amsterdammer, 7 maart 2008.
  • Perre, Rudolf van de. “J. Eijkelboom, een gouden dichter”. Ons Erfdeel 26 (1983). Geraadpleegd via DBNL.org.