Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Derek Walcott , Omeros

Derek Walcott, Omeros


Dichter: Derek Walcott, Saint Lucia, 1930
Gedicht: Omeros
Locatie: Reuvensplaats 2, Leiden
Sinds: 22 juni 2001 12.00 uur (nummer 81); het programma luidde: "Onthulling en voordracht muurgedicht van Derek Walcott, gevolgd door een optreden van gamelanorkest Swara Banyu Mili".

Engels
Omeros

This was the shout on which each odyssey pivots, 
that silent cry for a reef, or familiar bird,
not the outcry of battle, not the tangled plots

of a fishnet, but when a wave rhymes with one's grave,
a canoe with a coffin, once that parallel
is crossed, and cancels the line of master and slave.

Then an uplifted oar is stronger than marble
Caesar's arresting palm, and a swift outrigger
fleeter than his galleys in its skittering bliss.

(uit Omeros, Boek 3, Hoofdstuk 30, Vers 2,
Faber & Faber, 1990)

Nederlands
Omeros

Dit was de schreeuw waar iedere odyssee om draait,
die stille roep om een rif of een vertrouwde vogel,
niet de oorlogskreet, niet de verwarde intriges

van een visnet, maar als een golf rijmt op iemands dood,
een doodkist op een boot, die parallel wordt overschreden,
de scheiding tussen meester en slaaf gesloopt.

Dan is een opgestoken riem sterker dan marmeren
Caesars geheven handpalm, en een snelle zeilboot
gezwinder dan zijn galeien in haar heerlijke vaart.

(vert. Jan Eijkelboom,
Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 1993)


Op

Uitgezocht door:

De dichter en vertaler Jan Eijkelboom
koos voor dit fragment van het door hem zelf vertaalde gedicht Omeros op verzoek van de Vereniging Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), Reuvensplaats 2, 2311 BE Leiden, ter gelegenheid van de viering van het 150-jarig bestaan van het instituut. Hiernaast een foto van zijn signatuur: een eikeblad.

Jan Eijkelboom

Op

Muurgedichten

De Leidse Stichting Tegen-Beeld heeft in de afgelopen jaren de stad enorm verrijkt door op vele plaatsen reusachtige muurgedichten aan te brengen. Het KITLV en de Stichting Tegen-Beeld vonden elkaar in het initiatief om ter gelegenheid van het 150-jarige jubileum de behuizing van het KITLV te verfraaien met twee gedichten, één uit Indonesië en één uit de Caraïben, die tegelijkertijd de missie van het instituut illustreren. De Universiteit Leiden, die het KITLV huisvest, was spontaan bereid aan dit project mee te werken. Voor de Caraïbische poëzie viel de keuze op een fragment uit Omeros (1990), het belangrijkste werk van de uit St. Lucia afkomstige dichter Derek Walcott, winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1992. Het fragment, waarin wordt verwezen naar de Atlantische slavenhandel, werd uitgekozen door Walcotts vertaler, Jan Eijkelboom.

(Uit het feestprogramma van het KITLV)


Op

KITLV - Half miljoen boeken

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde (KITLV) bestaat 150 jaar en Leiden zal het weten. Vanaf zaterdag 9 juni viert het instituut het jubileum twee weken lang met de uitgave van een jubileumboek, twee publieksdagen voor de Leidse bevolking en met maar liefst drie tentoonstellingen in het LAK-theater en in het Rijksmuseum van Volkenkunde. Trots is directeur Gert Oostindie vooral op een collectie foto's van Soekarno, die onlangs opdook en die ook in Volkenkunde wordt getoond.

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde werd in 1851 opgericht om de toenmalige Nederlandse koloniën beter te kunnen bestuderen. Nederland kreeg Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen steeds steviger in de greep. De behoefte om meer te weten over al die exotische culturen nam daardoor toe. ,,Die belangstelling was niet belangeloos'', zegt Oostindie. ,,De overheid ging uit van de gedachte dat kennis macht is. Het instituut moest haar helpen om de koloniën te veroveren en te overheersen.'' Het toen nog in Delft gevestigde instituut begon boeken, handschriften, kaarten, prenten en foto's te verzamelen, die ijverig werden bestudeerd door aankomende bestuursambtenaren. Na de dekolonisatie stelde het KITLV de grenzen wat ruimer. Nu verzamelt het instituut zoveel mogelijk gedrukt materiaal over Zuidoost-Azië en het Caribisch gebied.

In het geval van Indonesië slaagt het KITLV daar zelfs beter in dan het land zelf. Het instituut heeft een kantoor in Jakarta, waar dagelijks alle kranten en tijdschriften worden gemicrofilmd die in het land verschijnen. Al dat materiaal gaat naar Leiden. Zelfs Indonesische bibliothecarissen kijken met afgunst naar de efficiënte manier waarop het instituut dat doet. ,,Wij hebben veel meer materiaal dan de Nationale Bibliotheek in Jakarta'', zegt Oostindie niet zonder trots. De collectie van het instituut telt nu een half miljoen boekbanden en daar komt dagelijks materiaal bij. Verzamelen en ontsluiten is de hoofdtaak van het KITLV, maar daarnaast exploiteert het instituut ook een eigen uitgeverij. Die publiceert studies over Zuidoost-Azië en de Cariben. De meeste uitgaven hebben een wetenschappelijk karakter, maar een keer per jaar geeft het instituut ook een 'publieksboek' uit, meestal ter gelegenheid van de Boekenweek. Afgelopen jaar was dat de roman 'Doekoen' van Madelon Székely-Lulofs, die aan het begin van de vorige eeuw een bekende feuilletonschrijfster was.

Het KITLV heeft ongeveer tweeduizend leden, van wie ongeveer de helft in het buitenland woont. Zij betalen contributie om de collectie van het instituut te mogen bestuderen. Voor studenten van de Universiteit Leiden is de toegang gratis. Begin jaren '60 verhuisde het KITLV van Delft naar Leiden. ,,De universiteit bood ons instituut het broodnodige onderdak aan'', zegt Oostindie daarover. Sindsdien heeft het KITLV een innige band met de universiteit opgebouwd, al staat het er formeel los van.

Wel is de organisatie sinds enkele jaren gelieerd aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). ,,De KNAW helpt ons om zelfstandig te blijven'', verklaart Oostindie. ,,Wij staan bekend als een topinstituut en dat willen we graag zo houden.'' De fondsen om te verzamelen krijgt het instituut al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog direct van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Er bestaat in Nederland nóg een instituut dat zich bezighoudt met oriëntaalse culturen: het Amsterdamse Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). In theorie kan dat tot bittere concurrentie leiden, maar volgens Oostindie hebben de twee instituten het werk keurig verdeeld. ,,Het KIT verzamelt materiaal over het héle zuiden. Hun collectie is breder dan die van ons, maar wij zijn op onze specialismen beter voorzien. Bovendien is het KIT ook een museum. Wij niet, al werken we graag samen met het Rijksmuseum voor Volkenkunde.'' Het KIT verzorgt ook cursussen voor mensen die in de tropen gaan werken, het KITLV is puur een wetenschappelijk instituut.

(Wilfred Simons in het Leidsch Dagblad van dinsdag 22 mei 2001)


Op

TALK OF THE TRIANGLE

Nobel Winner Walcott Visits UNC

Poet and playwright Derek Walcott has established himself as the Homer of the Americas by using his native West Indies as the stage for a modern retelling of the ancient Greek epics. Winner of the 1992 Nobel Prize for Literature and author of 17 books, Walcott was in the Triangle over the past week as a Frey Distinguished Visiting Professor at the University of North Carolina at Chapel Hill. As part of his visit he gave two public readings and lectures at the North Carolina Literary Festival.

In a literary world bookended by bestsellers and deconstruction, Walcott is a classicist whose work addresses such universal themes as search for identity, destiny and the weight of the past on the present. His epic 1990 poem Omeros, recognized as having won him the Nobel, blends classicism and colloquialism in a retelling of The Odyssey in the Caribbean.

Walcott's work reflects his own past and his home of St. Lucia, an island where the descendants of Carib Indians, African slaves, and French and English colonizers have created a melting pot culture with three languages (English, French and Creole) amidst a beautiful tropical landscape. Descended from a white grandfather and black grandmother on both sides of his family, Walcott grew up in a black culture steeped in oral tradition while being given a classical education in the culture of the island's British colonizers. "You learn Latin, which I endured," he said of his English Public School instruction. "The abusrdity, of course, is what are a bunch of kids in St. Lucia doing studying Latin? That was the Empire."

Walcott, who teaches at Boston University and divides his time between New York and St. Lucia, recently made his own foray into American popular culture, collaborating with Paul Simon on the script for The Capeman. Simon's Broadway muscial, based on the true story of the 1959 murder of two white teenagers by a Puerto Rican gang member in New York, was panned by critics and closed in March after only two-and-a-half months on stage. The Capeman was a rare false note for Walcott, who won an Obie in 1972 for his play Dream on Monkey Mountain.

Walcott's first book of poetry in seven years, The Bounty, was published last summer to critical praise. Another long poem accompanied by a collection of his paintings - he is also an accomplished watercolorist - will be published later this year.

Like his watercolors of his beautiful St. Lucia, Walcott's poetry seeks to create a heightened sense for the appearances of things, paying careful attention to compositions, colors, patterns.

From Omeros by Derek Walcott

Like parchment charts at whose corners four winged heads spout
jets of curled, favouring gusts, their cheeks like cornets
till the sails belly as gulls goes hard about.

through seas as scrolled as dragons in ornate knots,
so strong gusts favoured the sail, until he could shout
from happiness, except that the mate would have heard

This was the shout on which each odyssey pivots,
the silent cry for a reef, or familiar bird, not the outcry and battle,
not the tangled plots

of a fishnet, but when a wave rhymes with one's grave,
a canoe with a coffin, once that parallel
is crossed, and cancels the line of master and slave.

(Bill Sasser in het Spectator Magazine, Serving Raleigh, Durham, Chapel Hill van April 8 - April 14, 1998)


Op

Grijze lucht op kleurrijk feestje

KITLV jubileert met lering en vermaak

Boeken, muziek, zang en hapjes. Alles wat het Caraïbisch gebied en Suriname zo paradijselijk maakt, was gisteren te vinden op de feestelijke markt van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV) op het universiteitsterrein. Nou ja, bijna alles. Een Antilliaans windje deed zijn werk nog wel, maar de tropische warmte was ver te zoeken. De Surinaamse schrijfster Mala Kishoendajal werd als een van de weinige literatoren wél even in het zonnetje gezet.

En dat leverde meteen een brede glimlach op bij de auteur van het boek 'Dame Blanche'. Kishoendajal, John Leefmans en Michiel van Kempen gaven in de open lucht voorproefjes van hun West-Indische pennenvruchten. In het LAK-theater draaiden de hele dag 19 films en documentaires uit en over Suriname en de Antillen. De galerie van de universiteit was voor de gelegenheid gedecoreerd met fotowerk van Catrien Ariëns. De afbeeldingen toonden momentopnames uit het dagelijks leven op de Caraibische eilanden.

Voldoende voer voor oren en ogen aan de boorden van de Witte Singel. En voor de rest van het lichaam lagen er verschillende Surinaamse en Antilliaanse lekkernijen klaar. Het mierzoete en kleurrijke gebak, de hete kip en de pittige pasteitjes vonden gretig aftrek. Misschien nog wel meer dan de mooie boeken en interessante films.

Directeur Oostindie van het KITLV had daar wel vrede mee. Het feestje was ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van zijn instituut. "We zochten iets aardigs buiten het wetenschappelijke gebied, zodat we aan een breder publiek konden laten zien waar we ons mee bezighouden."

Als verjaardagscadeautje kregen Oostindie en zijn collega's een gedicht van Derek Walcott. De vrolijk gele tekst van de Caraibische Nobelprijswinnaar fleurt sinds gisteren de saaie betonnen muur van de KITLV-kantoren op.

's Avonds lieten onder anderen cineasten Norman de Palm en Sherman de Jesus, onder leiding van nieuwslezeres Noraly Beyer, hun licht schijnen over de vertoonde films. "Want uiteraard moet er wel gepraat worden over het vandaag vertoonde", legt Oostindie uit. "We willen als wetenschappelijk instituut wel iets meer dan alleen vermaak"

Vandaag is er opnieuw vermaak - en meer - op het universiteitscomplex aan de Witte Singel.

Na de proeverij uit de West, presenteren nu de smaakmakers van de Oost zich. Van 9.30 uur tot middernacht is het Centraal Faciliteitengebouw het toneel voor zang, dans, toneel, films, schilderkunst, literatuur en eten uit Indonesië.

(Eric de Jager in het Leidsch Dagblad van zaterdag 23 juni 2001)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht