Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Hendrik de Vries , Een schatrijke tuin

Hendrik de Vries

Dichter: Hendrik de Vries, Nederland, 1896 - 1989
Gedicht: Een schatrijke tuin
Locatie: voorheen Aloëlaan 41, Leiden
Sinds: 28 juni 2000 (nummer 73)
Let op: Het pand Aloëlaan 41 - en daarmee dit muurgedicht - werd op 5 juli 2001 gesloopt. De discussie over
                de toekomst van deze "tuin" was daarmee nog niet voorbij. Lees hieronder over een drama in vele
                afleveringen. Maar wel met een 'happy end'.


Nederlands
Een schatrijke tuin

Een schatrijke tuin, die niemand betreedt,
bewaakt met honden, roofgierig wreed,
geen weet meer waarom, ook de meesters niet,
maar zelfs wie nadert wordt steeds bespied.

Wie omzichtig in het woud een voetstap zet,
hoort wachthonden hijgen. Zo is de wet
voor slaafse dienaars, krankzinnige heren:
wie deze tuin indringt, zal nimmer keren.


Op

Bekijk

Op

De kwast als wapen

U kent ze vast wel. Die bordjes met: 'Pas op! Hier waak ik'. Met daarbij een tekening van een of ander onverantwoord hondenras. Vraag is natuurlijk in hoeverre je daarmee tegenwoordig nog indringers van je afhoudt. Zo groot en dreigend zijn die bordjes niet. Bovendien blijft het meestal bij wat geblaf.

Buurtvereniging Maredijk pakt het grootser aan. Die gebruikt de hele zijgevel van Aloëlaan 41 om duidelijk te maken dat indringers hun leven niet zeker zijn. Dat wachtende bloedhonden ongenode gasten wel rauw lusten. En dan met name gasten die het pand in opdracht van de gemeente moeten slopen. Voor de bouw van 24 eco-woningen, wel te verstaan. Woningen die buurtbewoners helemaal niet zien zitten. Onder meer omdat het groen in de buurt er voor moet wijken. Vandaar dat Stichting Tegen-Beeld deze week een muurgedicht van de Nederlandse dichter Hendrik de Vries aanbrengt. Daar past natuurlijk wel een feestelijke onthulling bij. Op 28 juni, zo rond het middaguur, zijn Leiden Promotie-voorzitter Scheffer, de Bomenbond en met name oud-wethouder en muurgedichtliefhebber Van Rij van harte welkom.

Wat zij kunnen verwachten? Een decoratief zonnetje met zonnestralen in de vorm van de volgende, onheilspellende dichtregels:

Een schatrijke tuin, die niemand betreedt,
bewaakt met honden, roofgierig wreed,
geen weet meer waarom, ook de meesters niet,
maar zelfs wie nadert wordt steeds bespied.

Wie omzichtig in het woud een voetstap zet,
hoort wachthonden hijgen. Zo is de wet
voor slaafse dienaars, krankzinnige heren:
wie deze tuin indringt, zal nimmer keren.

Men is gewaarschuwd.

(Connie van Uffelen in de rubriek 'de Blauwe Steen' in het Leidsch Dagblad van 19 juni 2000)


Op

Toch nog een muurgedicht als eerbetoon aan Van Rij?

Nog niet zo lang geleden werd het idee geopperd om de afgetreden wethouder Van Rij, wegens zijn verdiensten voor de stad, een muurgedicht aan te bieden. De Stichting Tegen-beeld reageerde bij monde van Ben Walenkamp dat de stichting geen muurgedichten op bestelling levert.

Maar nu lees ik in het Leidsch Dagblad van 19 juni 2000 in de rubriek 'De Blauwe Steen' dat diezelfde stichting op verzoek van de Buurtvereniging Maredijk, een muurgedicht gaat schilderen op de gevel van het te slopen pand Aloëlaan 41. Een muurgedicht als middel in de strijd tegen de bouw van 24 ecowoningen.

Toch een eerbetoon aan Van Rij? Onder zijn tienjarig bewind slaagde de dienst Ruimte en Wonen er maar niet in dit ecologische bouwplan binnen een redelijke termijn te realiseren. Het lukte hem in ieder geval de club van kandidaat eco?bewoners tien jaar aan het lijntje te houden.

Intussen hebben de buurtbewoners hun verzet kunnen organiseren. Nu nog worden zij daarin gesteund door een aantal vriendelijk knorrende varkens en mekkerende geiten op het bouwterrein. Maar die zullen worden vervangen door bijtgrage waakhonden, begrijp ik uit het gedicht. Niet bepaald een aanwinst voor de buurt.

Dan toch maar liever mensen milieuvriendelijke bewoners van de ecowoningen. Daarmee wordt het wonen in de stad aantrekkelijker en kan het Groene Hart open blijven.

(Ingezonden brief van Bert Dijksman, Leiden, in het Leidsch Dagblad van 28 juni 2000)


Op

Woningbouw verdeelt Aloëlaan

'Gedichten en spreuken zijn mooi. Nog mooier zijn woningen.' De pamfletten achter enkele ramen aan de Aloëlaan spreken duidelijke taal. Niet iedereen is het eens met de strekking van het muurgedicht op de zijgevel van het pand op nummer 41. Het gedicht, dat de Stichting Tegen-Beeld afgelopen week heeft aangebracht, geeft op poëtische wijze weer dat de gemeente van het groen van het kinderboerderijtje moet afblijven. De voorzitter van Buurtvereniging Maredijk, D. Los, onthulde het gedicht gisteren in het bijzijn van tientallen bewoners en kinderen.

De woningbouw is gepland op de grond van nummer 41 en het stukje groen ernaast. Leden van de buurtvereniging zijn hier tegen. D. Los, voorzitter van Buurtvereniging Maredijk, zei gisteren bij de onthulling van het muurgedicht dat 'veel mensen last hebben van de hoogbouw'. "Dit huis op nummer 41 is niet zomaar weg. De bewoners zijn niet zomaar weg." Hij wees er op dat de huizen zijn gebouwd op 'modder' en is daarom bang dat de trillingen bij de bouwwerkzaamheden problemen opleveren.

Andere buurtbewoners hebben echter geen problemen met de woningbouw. Zij vinden dat de gemeente de milieuvriendelijke woningen, het woonproject De Oranjerie, nu eindelijk maar eens moet gaan bouwen. Zij hebben pamfletten voor hun raam hangen met daarop: 'Niet meer ouwehoeren maar bouwen, vijftien jaar geouwehoer is genoeg bé, bé, bé'.

En: 'Er zijn meer bomen doodgevreten door de schapen dan door de bouw. Zie de bomenlijken achter'. Sommige bewoners vinden dat de gemeente, met het uitkopen van het voormalige hoveniersbedrijf op nummer 41, al genoeg geld heeft gestoken in de bouwplannen. De huidige bewoners zonden volgens hen dan ook 'niet moeilijk' moeten doen, omdat zij weten dat de gemeente al jaren plannen heeft om hier woningen te bouwen. 'Stilstand is verloedering, dus afbraak. Bouwen is de toekomst', vinden zij.

(Connie van Uffelen in het Leidsch Dagblad van 29 juni 2000)


Op

Bewoonster weigert pand te ontruimen

De bewoonster van Aloëlaan 41 weigert haar woning te verlaten voor de bouw van een appartementencomplex met eco-woningen - het zogeheten Oranjerieproject. Leiden eiste gisteren in kort geding ontruiming omdat de vrouw er slechts tijdelijk mocht wonen. Voorwaarde was dat ze zou weggaan als de gemeente het pand wil slopen voor nieuwbouw. Volgens de bewoonster is er echter geen sprake van een gebruikersovereenkomst maar van een huurovereenkomst.

De gemeente kocht het pand al in 1983 van de ouders van de bewoonster, met het oog op het Oranjerieproject. Die mochten er blijven wonen tot Leiden de bouwplannen ging uitvoeren. Toen haar ouders eind ’85 verhuisden naar een nieuwbouwwoning in Leiderdorp, werd met de huidige bewoonster overeengekomen dat zij in het huis mocht blijven. Afspraak daarbij was dat zij het pand tijdelijk en geheel voor eigen risico mocht gebruiken voor 225 gulden per maand, de gemeentelijke kosten van de onroerend zaakbelasting. Als ze het moest ontruimen, hoefde Leiden haar geen schadevergoeding te betalen of vervangende woonruimte aan te bieden.

Medio vorig jaar verleende de gemeente een bouwvergunning voor de nieuwbouw en liet de vrouw weten dat zij het pand uiterlijk 1 april 2000 moest verlaten. De gemeente was toch bereid om haar 7500 gulden aan schadevergoeding en vervangende woonruimte aan het Van der Lubbehof aan te bieden, maar de vrouw weigerde. Zij wilde in een andere buurt wonen, in een vijfkamerwoning met een huur tot duizend gulden per maand.

Afgelopen vrijdag bood de gemeente haar een grotere eengezinswoning in de Richard Holstraat aan met het dringende verzoek voor afgelopen maandag te reageren. De bewoonster wilde echter eerst afwachten wat op 28 november de uitspraak in het kort geding wordt. Volgens haar is er namelijk sprake van een huurovereenkomst. Haar advocaat zei gisteren dat het erop lijkt dat de gemeente hier ook vanuit gaat, omdat zij de overeenkomst precies volgens de huurregels heeft opgezegd. De gemeente stelt namelijk dat zij het pand dringend nodig om het bestemmingsplan te verwezenlijken.

De advocaat vindt dat de gemeente dat dan maar moet aantonen. Hij meent bovendien dat deze zaak niet geschikt is voor een kort geding. Vooral ook omdat er volgens hem geen sprake van spoed is: een procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan loopt nog. Ook de bezwaartermijn van de op 1 november verleende sloopvergunning is nog niet verstreken. ,,De aanvraag voor de bouwvergunning geeft overigens wel aan waar het hier in deze zaak om gaat’’, zei de raadsman. ,,De gemeente wil woningen bouwen met een waarde van in totaal 4,5 miljoen gulden. Het is dus gewoon een kwestie van geld.’’

Advocaat Lever van de gemeente bestreed dat. Het gaat volgens hem om goedkope huur- en koopwoningen. Van het verzoek van de bewoonster om haar desnoods 25000 gulden aan ontruimingsvergoeding te betalen wilde Lever niets weten. ,,Er ligt een aanbod dat verder gaat dan destijds is afgesproken.’’

(Connie van Uffelen in het Leidsch Dagblad van 22 november 2000)


Op

Rectificatie Aloëlaan

In het verslag over het kort geding rond de Aloëlaan zijn gisteren twee onzorgvuldigheden geslopen. In het bericht is gesteld dat de gemeente het huis wil slopen nu er een bouwvergunning voor het Oranjerieproject is afgegeven. Voor die huizen ligt echter nog steeds slechts een aanvraag voor een bouwvergunning. Verder wordt in het verslag gesuggereerd dat het bouwplan reeds in 1985 op tafel lag, en dat dat de reden was dat de ouders van de huidige bewoonster slechts tijdelijk in het pand mochten blijven. Van dat bouwplan was toen echter nog geen sprake.

(Leidsch Dagblad 23 november 2000)


Op

Mensenleed rond het dierenweitje

Varken voorjaar 2001 Een groot aantal bewoners van de Aloëlaan en omgeving voelt zich gepakt. Dubbel gepakt. Dat er op 'hun' dierenweitje in de straat woningbouw komt, vinden ze niks. Maar dat die dieren nu ook nog voor het eind van het jaar weg moeten, daar zijn ze woedend over. Voor alle duidelijkheid een stapje terug in de tijd. In 1997 maakte de verwaarloosde boomgaard, omzoomd door de Aloëlaan, Maredijk en Piet Heinstraat plaats voor de eerste dieren op een van de laatste stukjes natuur in de stad. De levende have werd uitgezocht door de buurtkindertjes op de kinderboerderij in de Merenwijk. Momenteel lopen er hangbuikzwijnen, geiten, kippen, hanen, eenden en een schaap rond. Omwonenden hebben zelf een stal en hekken getimmerd en verzorgen gezamenlijk de dieren, rapen eieren en onderhouden het miniboerderijtje. Dat verzorgerscollectief werkt ook nog eens prima voor de sociale cohesie in de buurt.

Inmiddels zijn de plannen voor woningbouw op die plek er op een haar na door. Woningstichting Ons Doel wil er 24 appartementen neerzetten en zou ter voorbereiding alvast de dieren willen weghebben. Vóór het eind van dit jaar. Tenminste, dat schrijft een bewoner van de Maredijk in een brief aan de mensen die de dierenweide onderhouden. De man maakt ook deel uit van het verzorgerscollectief.

Volgens de briefschrijver wordt er begin volgend jaar een begin gemaakt met het rooien van bomen en struiken en bodemsanering op de locatie. 'De woningbouwvereniging heeft ons daarom gevraagd eind dit jaar het weitje te hebben ontruimd', zo wordt er geschreven. En omdat de dieren niet terug zouden kunnen naar de kinderboerderij in de Merenwijk zijn ze overtollig en worden ze opgehaald, aldus de briefschrijver. Dat klinkt andere buurtbewoners nogal onheilspellend. Als de dieren wegmoeten, dan naar een goed adres, onder toeziend nog van de Dierenbescherming, en niet stiekem maar het slachthuis, vinden ze. Daarnaast zijn ze van mening dat de dieren zo lang mogelijk op hun weitje: moeten blijven staan.

De briefschrijver, die niet met zijn naam in de krant wil, laat weten dat er geen sprake is van het slachthuis. „Richting De Kaag waar de A4 en A44 samenkomen zijn weilanden zat waar de dieren kunnen lopen. Overigens ben ik niet blij dat de brief naar buiten is gekomen want hij is niet bedoeld voor Jan en alleman. Mensen buiten de buurt snappen die brief niet en verbinden er meteen allerlei verkeerde conclusies aan."

Woningstichting Ons Doel laat weten dat er elk jaar contact is met de briefschrijver of de dieren al of niet moeten worden uitgeplaatst. „Tot nu toe is dit niet gebeurd, maar de kans is vrij groot dat er in januari met de kap en de sanering van de grond wordt begonnen", aldus een woordvoerder. „Dat betekent dus dat die dieren daar weg moeten." Een woordvoerder van de dienst Milieu en Beheer maakt een voorlopig einde aan de consternatie. „Die dieren zijn eigendom van de gemeente. Pas als alle besluiten zijn genomen en vergunningen verleend, worden ze weggehaald. Als dat gebeurt, doen medewerkers van de kinderboerderij in de Merenwijk dat op een nette en verantwoorde manier. Wij beslissen, en niet de woningstichting of een buurtbewoner."

( Eric-Jan Berendsen in de rubriek 'De Blauwe Steen' in het Leidsch Dagblad van 12 december 2000)


Op

Alleen virus kan huis aan Aloëlaan redden

Uitspraak beroepscommissie komt te laat

Alleen mond- en klauwzeer kan de sloop van het pand Aloëlaan 41 nog voorkomen. Het zeventiende-eeuwse huis, kort geleden door de bewoners verlaten, ligt bij het geliefde dierenweitje in de Maredijkbuurt. De slopers moeten het weitje betreden om hun werk te kunnen doen. De gemeente heeft er een bord neergezet waarop een ieder de toegang wordt ontzegd, om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

De invloed van het virus is groter dan die van de commissie voor beroep- en bezwaarschriften, waar de omwonenden gisteren kwamen protesteren tegen de sloopvergunning. De raadsleden Van Dam (SP) en Hesselink (PvdA) doen namelijk pas over een paar weken uitspraak en het is de bedoeling dat de sloop maandag al begint. Het perceel is reeds met hekken afgebakend. De omwonenden zijn woedend over deze gang van zaken. ,,Je gaat bijna denken aan opzet’’, aldus woordvoerster B. Versteeg.

Gistermiddag, direct na de zitting op het stadhuis in Leiden, hebben de omwonenden zich vooruitlopend op de uitspraak van de commissie tot de rechter in Den Haag gewend. ,,Op zijn uitspraak moeten we ook nog wel wachten, maar misschien dat we met het mond- en klauwzeervirus tijd kunnen winnen.’’

De buurt wil het pand behouden omdat het ’beeldbepalend’ zou zijn. Het moet wijken voor het bouwplan Oranjerie, een project waartegen omwonenden zich massaal verzetten. De provincie heeft de Oranjerie nog niet goedgekeurd en daarom, stelden Versteeg en andere bezwaarmakers, hoeft er nu ook nog niet te worden gesloopt. Verder zouden er fouten zijn gemaakt bij de behandeling van de aanvraag van de sloopvergunning. Zo werd eerst ontkend dat er asbest in het pand zit en blijkt dat nu toch het geval te zijn.

Ook willen de bewoners een andere dan de gemeentelijke monumentencommissie laten oordelen over de monumentale waarde en zetten ze grote vraagtekens bij het gegeven dat de aanvrager van de sloopvergunning dezelfde is als de verlener, namelijk de gemeente. Het laatste is onvermijdelijk, betoogden ambtenaren van de diensten bouwen en wonen en grondzaken. ,,Het pand is van de gemeente, die wil het slopen en we kunnen moeilijk bij een andere gemeente een sloopvergunning aanvragen.’’

Alleen mond- en klauwzeer kan de sloop van het pand Aloëlaan 41 nog voorkomen. Het zeventiende-eeuwse huis, kort geleden door de bewoners verlaten, ligt bij het geliefde dierenweitje in de Maredijkbuurt. De slopers moeten het weitje betreden om hun werk te kunnen doen. De gemeente heeft er een bord neergezet waarop een ieder de toegang wordt ontzegd, om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

De invloed van het virus is groter dan die van de commissie voor beroep- en bezwaarschriften, waar de omwonenden gisteren kwamen protesteren tegen de sloopvergunning. De raadsleden Van Dam (SP) en Hesselink (PvdA) doen namelijk pas over een paar weken uitspraak en het is de bedoeling dat de sloop maandag al begint. Het perceel is reeds met hekken afgebakend. De omwonenden zijn woedend over deze gang van zaken. ,,Je gaat bijna denken aan opzet’’, aldus woordvoerster B. Versteeg.

Gistermiddag, direct na de zitting op het stadhuis in Leiden, hebben de omwonenden zich vooruitlopend op de uitspraak van de commissie tot de rechter in Den Haag gewend. ,,Op zijn uitspraak moeten we ook nog wel wachten, maar misschien dat we met het mond- en klauwzeervirus tijd kunnen winnen.’’

De buurt wil het pand behouden omdat het ’beeldbepalend’ zou zijn. Het moet wijken voor het bouwplan Oranjerie, een project waartegen omwonenden zich massaal verzetten. De provincie heeft de Oranjerie nog niet goedgekeurd en daarom, stelden Versteeg en andere bezwaarmakers, hoeft er nu ook nog niet te worden gesloopt. Verder zouden er fouten zijn gemaakt bij de behandeling van de aanvraag van de sloopvergunning. Zo werd eerst ontkend dat er asbest in het pand zit en blijkt dat nu toch het geval te zijn.

Ook willen de bewoners een andere dan de gemeentelijke monumentencommissie laten oordelen over de monumentale waarde en zetten ze grote vraagtekens bij het gegeven dat de aanvrager van de sloopvergunning dezelfde is als de verlener, namelijk de gemeente. Het laatste is onvermijdelijk, betoogden ambtenaren van de diensten bouwen en wonen en grondzaken. ,,Het pand is van de gemeente, die wil het slopen en we kunnen moeilijk bij een andere gemeente een sloopvergunning aanvragen.’’

Verder verwacht de gemeente op basis van ’ambtelijke contacten’ dat de provincie het bouwplan zal goedkeuren. Trouwens, aldus de ambtenaren, een juridische koppeling tussen slopen en bouwen bestaat niet eens en dus hoeft ook het ene niet op het andere te wachten. Dat er nu toch asbest in het pand zit, kan de gemeente niet worden aangerekend. De bewoners, die het slooppand aanvankelijk weigerden te verlaten, hielden een onderzoek naar de aanwezigheid van het kankerverwekkende goedje tegen. De aangetroffen hoeveelheid is bovendien klein en alles wordt verwijderd door een gecertificeerd bedrijf. ,,Er wordt kortom niemand in zijn belangen geschaad.’’

Over de monumentale waarde van het huis waren de ambtenaren kort: die is er niet. Ze vertrouwen blindelings op de ’eigen’ monumentencommissie. ,,Aloëlaan 41 heeft wél een emotionele waarde.’’

(Wim Koevoet in het Leidsch Dagblad van 3 maart 2001)


Op

Sloop Aloëlaan uitgesteld

Onduidelijkheid over pand

De sloop van het huis aan Aloëlaan 41 is opgeschort. Onduidelijk is tot wanneer en ook naar het waarom van het uitstel blijft het gissen. Woordvoerster T. de Vries van de gemeentelijke dienst bouwen en wonen kon vanochtend alleen zeggen dat het besluit om met de sloop te wachten niets te maken heeft met mond- en klauwzeer. Het 17de-eeuwse woonhuis ligt bij een dierenweitje dat, om verspreiding van het virus tegen te gaan, niet mag worden betreden.

Aloëlaan 41 moet wijken voor het omstreden bouwplan Oranjerie. De Maredijkbuurt is fel gekant tegen de nieuwbouw van enkele tientallen woningen. De provincie heeft het bouwplan nog niet goedgekeurd en de omwonenden zien niet in waarom het pand dan nu zo nodig moet wijken. Ook zouden er fouten zijn gemaakt bij de behandeling van de aanvraag van de sloopvergunning.

De gemeente, zo bleek onlangs tijdens een zitting van de commissie voor beroep- en bezwaarschriften, heeft haast omdat ze wil voorkomen dat het pand wordt gekraakt. Ook zouden ambtenaren van de provincie te kennen hebben gegeven dat goedkeuring van de Leidse plannen eraan zit te komen.

Een nieuwe bron van onrust vormt de grote container die vanochtend bij het huis is neergezet. De buren, het echtpaar Stikkelorum, denken dat de slopers alvast beginnen met ’ínpandige werkzaamheden’. ,,Je weet hoe dat gaat, dan stort het dak in en zit er niets anders op dan ook maar de rest te slopen.’’

Volgens omwonende B. Versteeg volstaat het afsluiten van gas, water en licht om te voorkomen dat het pand wordt gekraakt. ,,Als ze een verdieping eruit halen, is dat toch slopen.’’ Versteeg heeft zich inmiddels tot het Paleis van Justitie gewend met het verzoek de slopers tegen te houden. ,,Mij is gezegd dat er niets mag worden gesloopt zolang ons bezwaar, dat we vrijdagmiddag hebben ingediend bij de provincie, niet is behandeld.’’

(Wim Koevoet in het Leidsch Dagblad van 6 maart 2001)


Op

'Slopen of onklaar maken?'

Het ziet eruit als slopen en het klinkt als slopen. Het pand Aloëlaan 41 schudt op zijn grondvesten, de ramen trillen in de sponningen en stofwolken komen door de geopende deur naar buiten.

SP-raadslid Van Dam, gebeld door de omwonenden, heeft zijn conclusie gisteren snel getrokken: het vrijstaande maar bouwvallige 17de-eeuwse huis wordt gesloopt. „De gemeente mag dan beweren dat ze het slechts onklaar maakt om krakers to weren, maar van binnen ligt het hele zaakje eruit Dit is tegen de afspraken in. De rest stort straks vanzelf wel in." Een buurtbewoner voegt hieraan toe: ,Je hoeft straks alleen nog maar to blazen." Van Dam: ,Noem het spontane sloop."

Eerder gisterochtend maakte de gemeente het uitstel bekend van de sloop, die maandag had moeten beginnen. De omwonenden hebben zich inmiddels met een schorsingsverzoek tot de bestuursrechter in Den Haag gewend en ook heeft de provincie haar goedkeuring nog niet gehecht aan het bouwplan Oranjerie, waarvoor het pand aan de Aloëlaan moet wijken. Bij nader inzien vindt de gemeente het wijzer om de nog lopende procedures of to wachten. Maar in plaats van opgelucht adem to halen, is de Maredijkbuurt toch in rep en roer. Want alles wijst erop dat de sloop is begonnen. Een enorme container blokkeert de toegang. De bak is voor driekwart gevuld met sloopafval. Op zolder is een sloper druk in de weer met een koevoet. De fotograaf wordt bijkans onder het stukgeslagen plafond bedolven.

Het verval is begonnen (voorjaar 2001)Dan arriveert politieman D. Nix, gealarmeerd door de buren. Hij stapt direct op raadslid Van Dam af. ,Er worden hier geen strafbare feiten gepleegd", verzekert hij. Tegelijkertijd valt het laatste stuk plafond naar beneden. Nix komt net terug van een bezoek aan de dienst bouwen en wonen van de gemeente. "Ik heb er mensen voor uit een vergadering laten halen. Mij is uitdrukkelijk verzekerd dat wat hier gebeurt, moet worden aangemerkt als het onklaar maken van de woning. Het pand blijft gewoon staan." Nix ziet geen redenen om proces-verbaal op to maken. Wel belooft hij Van Dam en de omwonenden dat hij zijn bevindingen op schrift zal vastleggen. ,Dat kunnen we nodig hebben", zegt Van Dam, ,voor de verdere rechtsgang.

(Floor Ligtvoet en Wim Koevoet in het Leidsch Dagblad van 7 maart 2001)


Op

'Slooppand' nu niet voor rechter

Bewoners van de Aloëlaan gaan voorlopig niet meer naar de bestuursrechter om de gemeente ervan te weerhouden het pand op nummer 41 te slopen. De gemeente heeft de rechter in een brief al toegezegd dat ze geen gebruik zal maken van de sloopvergunning, zolang de commissie voor beroep- en bezwaarschriften geen advies heeft uitgebracht over de bezwaren die tegen sloop zijn ingediend. Na de uitspraak van deze commissie nemen burgemeester en wethouders een heroverwegingsbesluit. Vervolgens hebben de bewoners nog vijf dagen de tijd om bij de bestuursrechter te protesteren. Het pand aan de Aloëlaan moet wijken voor het bouwplan Oranjerie. Omwonenden moeten niets hebben van dat plan. Zij dichten het slooppand monumentale waarde toe.

(Wim Koevoet in het Leidsch Dagblad van 17 maart 2001)


Op

Sloopvergunning ten onrechte

Aloëlaan

De sloopvergunning voor het pand Aloëlaan 41 in de Maredijkbuurt is ten onrechte verleend. De commissie voor beroep- en bezwaarschriften heeft de protesten van omwonenden ’gegrond’ verklaard. Een van de fouten die de gemeente maakte, is dat bij de aanvraag van de vergunning de aanwezigheid van asbest onvermeld is gebleven. ,,Dit klemt te meer omdat de gemeente zelf eigenaresse is van de te slopen woning’’, aldus de commissie.

De gemeente wil de inmiddels voor krakers ’onklaar’ gemaakte woning slopen om ruimte te maken voor het bouwplan Oranjerie. Alleen de gevels staan nog overeind. B. Versteeg, die als woordvoerster namens de omwonenden optreedt, beschouwt de uitspraak van de commissie voor beroep- en bezwaarschriften toch als winst. ,,Dit kost de gemeente alleen maar meer tijd en geld.’’ Ze is zich ervan bewust dat door de uitspraak van de commissie het bouwplan niet van de baan is.

Min of meer tegelijk met het oordeel van de commissie voor beroep- en bezwaarschriften heeft de provincie een verklaring van ’geen bezwaar’ afgegeven over de procedure die de gemeente wil volgen, een snelle zogeheten artikel 19-procedure, bedoeld om tijd te winnen. Maar de tijdwinst die de gemeente op deze manier wilde maken, dreigt verloren te gaan door de fouten die zijn gemaakt bij het verlenen van de sloopvergunning.

De asbest is inmiddels overigens volgens de regels verwijderd. De commissie voor beroep- en bezwaarschriften ziet dan ook ’geen beletselen om een nieuwe sloopvergunning af te geven’. Maar dat kost tijd.

Volgens Versteeg werken de fouten die zijn gemaakt bij de behandeling van de aanvraag voor de sloopvergunning, door in de aanvraag van de bouwvergunning. Zo heeft de gemeente in deze aanvraag gemeld dat het pand asbestvrij was. Versteeg: ,,Dat is in ons voordeel, want nu kunnen we de bestuursrechter in de procedure tegen de verlening van de bouwvergunning hierop wijzen. De gemeente wil doorzetten en speelt het spel zeer formeel, wij proberen haar daarop te pakken.’’

(Wim Koevoet in het Leidsch Dagblad van 9 april 2001)


Op

Bomen mogen nog even blijven

Aloëlaan

De bomen op het dierenweitje aan de Aloëlaan blijven tot nader order overeind. Die toezegging heeft dinsdag wethouder Laurier (GroenLinks/wijkbeheer) in de raadsvergadering gedaan na vragen van VVD’er Geertsema. Tot hun ontsteltenis kregen omwonenden eerder deze week het bericht dat morgen een begin wordt gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden voor de Oranjerie, de nieuwbouwwijk die hier moet verrijzen. Aangekondigd werden de kap van de bomen en de sloop van een pandje aan de Aloëlaan.

De Maredijkbuurt grijpt elk middel aan om het bouwplan daar tegen te houden. Tegen de bomenkap loopt nog een procedure. De gemeentelijke commissie voor beroep- en bezwaarschriften heeft zich nog niet uitgesproken. De sloop van het pandje is niet meer tegen te houden.

VVD-raadslid Geertsema drong er bij Laurier op aan te wachten met de kap tot de procedure is afgerond. Formeel mag de bijl in de bomen, want de gemeente beschikt over een vergunning. Geertsema vindt het ’netter’ om te wachten. Laurier sluit niet uit dat de dode bomen vooruitlopend op de uitspraak van de commissie worden gekapt. De dieren zijn inmiddels naar andere weiden overgebracht.

De Oranjerie is een bouwproject van woningstichting Ons Doel. Op het terrein, dat wordt omsloten door Maredijk, Rijnsburgersingel, Marislaan en Aloëlaan, moeten 12 appartementen en 12 eengezinswoningen komen. De huizen worden op milieuvriendelijke en duurzame wijze gebouwd. Het bouwplan is in de buurt echter op veel verzet gestuit, waardoor de uitvoering al vele jaren op zich laat wachten.

(Wim Koevoet in het Leidsch Dagblad van 27 juni 2001)


Op

Huis Aloëlaan gesloopt

De gemeente is deze week begonnen met de omstreden sloop van het pand Aloëlaan 41. De bewoners hadden het huis al eerder op last van de gemeente ontruimd. Onlangs heeft de bestuursrechter een verzoek, gedaan door een aantal omwonenden, tot schorsing van de sloopvergunning afgewezen. Na die uitspraak kon Leiden met de sloop beginnen. Het betekent echter niet dat nu ook de op 1 mei dit jaar afgegeven bouwvergunning voor het bouwplan Oranjerie kan worden uitgevoerd. Daartegen is door veel omwonenden bezwaar gemaakt bij B en W en bovendien is door vier omwonenden schorsing van de bouwvergunning aangevraagd bij de bestuursrechter.

De commisie beroep- en bezwaarschriften van de gemeente wees onlangs wél een protest van de buurt tegen de voorgenomen bomenkap af. De Oranjerie behelst twaalf appartementen en twaalf eengezinswoningen in het gebied tussen Maredijk, Rijnsburgersingel, Marislaan en Aloëlaan. Het is een project van woningstichting Ons Doel. De buurt verzet zich al ruim tien jaar fel tegen het bouwplan. Omwonenden zijn onder meer boos dat het dierenweitje in de straat is opgeofferd.

(Bij een foto van Hielco Kuipers in het Leidsch Dagblad van 5 juli 2001)


Op

Asbest op terrein Oranjerie

Bij de eerste werkzaamheden op het binnenterrein aan de Aloëlaan is asbest aangetroffen. Het gaat om ongeveer 25 kubieke meter grond, achter het kantoorgebouw van Crab-makelaardij, met een zogenaamde 'hechtgebonden soort', waarschijnlijk snippers van golfplaten. „Er is dus geen gevaar voor verspreiding door de wind", stelt de gemeente in een brief aan de omwonenden. Zodra er goedkeuring van de provincie is wordt de grond afgevoerd. Op het terrein moet het omstreden nieuwbouwwijkje de Oranjerie verrijzen. Onlangs is daartoe een woning aan de Aloëlaan gesloopt. De komende twee weken wordt de riolering in het terrein op die in de Maredijk aangesloten en legt de aannemer een zandbaan aan ten behoeve van de bouwweg. Vervolgens kan de bouw beginnen.

(Leidsch Dagblad 18 juli 2001)


Op

Maredijkbuurt geeft verzet niet op

Ze geven hun verzet tegen de Oranjerie nog niet op, de criticasters uit de Maredijkbuurt. Eerder hebben ze tegenover de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften hun beklag gedaan over een kapvergunning en een sloopvergunning die de gemeente had verleend om het nieuwbouwproject mogelijk te maken. Donderdag zaten ze tegenover dezelfde commissie om hun bezwaren tegen de verleende bouwvergunning toe te lichten.

De omwonenden uiten al jaren hun ongenoegen over de Oranjerie, een project dat bestaat uit 24 woningen. Het stuk grond waarop de huizen moeten worden neergezet, koesteren veel omwonenden, omdat zich daar het grootste deel van het schaarse groen in de wijk bevindt. De dieren die het weitje tot voor kort bevolkten, zijn in afwachting van de bouw verhuisd naar elders. De bewoners vragen zich af waarom het groen moet wijken voor woningen.

Het ging echter met name over de bezwaren die de omwonenden hebben tegen de procedure die Leiden heeft gevolgd bij de aanvraag voor een bouwvergunning. Die verdient allerminst de schoonheidsprijs, meende een van de klagers. Twee vragen op het aanvraagformulier kregen volgens hen een foutief of in elk geval misleidend antwoord: 'moet er voor de bouw worden gesloopt?' en 'komen daarbij asbesthoudende materialen vrij?'. Nee, vulde de gemeente in. En de praktijk heeft inmiddels uitgewezen dat dat niet zo is. Het pand Aloëlaan 41 is gesloopt en onlangs is bij de eerste werkzaamheden op het Oranjerieterrein asbest aangetroffen. ,,In strijd met de werkelijkheid. Apert onjuist. Valsheid in geschrifte. Als een gewone burger de aanvraag had gedaan, zou die beslist zijn afgewezen'', was de conclusie van de bezwaarmaker.

Een andere omwonende haalde naar voren dat de informatievoorziening beneden alle peil is, omdat de gemeente zelf belanghebbende is. ,,De beginselen van behoorlijk bestuur zijn met voeten getreden. Er is nooit overleg gevoerd met de buurtvereniging. Het overleg heeft slechts met drie omwonenden plaatsgevonden. De verslagen daarvan zijn nooit in de buurt verspreid. Tijdens de informatieavond van de gemeente waren er geen tekeningen van het nieuwe complex beschikbaar. En na de informatieavond bleef het stil: er kwam geen antwoord op onze vragen.'' De ambtenaren die de gemeente vertegenwoordigden, probeerden die stellingen te pareren. Dat het aanvraagformulier niet helemaal juist was ingevuld, was niet essentieel voor het vervolg van het project, sprak één van hen. En een collega omschreef het overleg met de omwonenden als 'moeizaam'. Maar het plan zou wel degelijk ter inzage hebben gelegen.

De commissie voor de beroep- en bezwaarschriften wil zo snel mogelijk advies uitbrengen aan burgemeester en wethouders. Of dat voor of na de zitting van de rechtbank zou gebeuren, kon voorzitter Olivier niet zeggen. Omwonenden hebben bij de rechtbank om een schorsing gevraagd van alle activiteiten in afwachting van een definitieve uitspraak over de geldigheid van de bouwvergunning. Die zaak dient op 29 augustus.

(Herman Joustra in het Leidsch Dagblad van 20 juli 2001)


Op

Een mooi project, maar wel in de achtertuin

Maredijkbuurt legt zich langzaamaan neer bij de inmiddels bewoonde Oranjerie

Er was eens een groep Leidenaars die bij elkaar wilde wonen en daarbij zoveel als kon het milieu wilde ontzien. Eind dit jaar is het zover, als het bouwproject de Oranjerie in de Maredijkbuurt wordt opgeleverd. Maar wat begon als een sprookje, werd al gauw een helletocht voor aspirant-kopers, tegenstanders, de gemeente en de projectontwikkelaar, woningcorporatie Ons Doel.

Wordt het eind goed, al goed? Donderdag diende voor de Raad van State nog een zaak over het project. Het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen de verleende bouwvergunning werd aangevochten. Maar zelfs een van de tegenstanders van het eerste uur, die de zaak met een buurtgenoot heeft aangespannen, berust al bij voorbaat in de nederlaag. Wim Stikkelorum lijkt niet meer te geloven dat hij het tij nog kan keren, en dus ook niet dat de huizen alsnog moeten worden afgebroken. "We willen een genoegdoening hebben", zegt hij. Stikkelorum, zijn vrouw en zijn kleindochter wonen pal naast het ecologische buurtje, waarvoor een stuk verwilderd weiland en een dierenwei moesten wijken.

Goedkoop

Wrang, vond de wijk. De nieuwe bewoner Jan Timmers blijft het goedkoop vinden dat tegenstanders de link tussen het verdwenen stukje natuur en de ecologische bouw zo uit hebben gemolken. Gebouwd werd er toch - dat stond al jaren vast. "Men vergeet dat de héle buurt vijftien, twintig jaar geleden zou worden omgeschoffeld. De gemeente had grote plannen met woningen en kantoren." Op een steenworp afstand ligt immers station Leiden Centraal. "En de buurt vroeg of ze hier dieren mocht houden. Ja, dat mocht. Maar, zei de gemeente, ooit gaan we daar bouwen en dan moet het dierenweitje weg."

Veertien jaar na de oprichtingsvergadering van de werkgroep Milieuvriendelijk Wonen Leiden lopen bouwvakkers door het modderige zand. Tussen het bouwmateriaal scharrelen een paar ganzen. In sommige woningen brandt om twee uur in de middag een lichtje in de keuken; het is een grauwe decemberdag en een aantal huizen wordt al bewoond.

De Oranjerie is geen gewoon bouwproject. Dat heeft niet alleen te maken met de keur aan duurzame en milieubesparende voorzieningen die in de woningen zijn verwerkt, maar zeker ook met het fanatisme van de tegenstanders - en niet te vergeten, dat van de kopers. Meer of minder bekende Leidenaars gaan er wonen: oud-gemeenteambtenaar Sjaak van Rijn, oud-raadslid Margje Vlasveld, PvdA-raadslid Mohammed Bouras en zijn vrouw en persvoorlichter Fons Delemarre.

Verscholen tussen de huizenrijen aan de Maredijk en de Marislaan ligt, in een gebogen lijn, het wooncomplex. Alleen vanaf de Aloëlaan is de Oranjerie goed te zien. Dat komt ook omdat voor het woonproject een 17de-eeuws huisje moest worden gesloopt. Op die plek staat het tweede deel van het bouwproject, een gebouw met appartementen. In totaal herbergt de Oranjerie (zo luidt ook de naam van de nieuwe straat) twaalf woningen, evenzoveel appartementen en twee gemeenschappelijke ruimtes.

Het voorraam van Stikkelorums woning is de etalage van het verzet tegen de Oranjerie. Er worden foto's getoond van dieren die worden weggehaald. Er hangen artikelen uit kranten. De bewoner schreef een gedicht: Waar een mooi parkje had moeten/kunnen komen / Staan nu nog slechts betonnen bomen / De burger die met de gemeente de strijd aangaat / Zal al gauw ontdekken dat democratie niet bestaat.

"We hebben genoeg tegengas gegeven", zegt Stikkelorum, "maar het heeft niks geholpen." De jarenlange strijd heeft zijn tol geëist. "Mijn vrouw en ik hebben een te hoge bloeddruk", zegt hij. Het huis is door de afvoer van vervuilde grond met zware vrachtwagens en door andere werkzaamheden beschadigd. Dat aan- en afrijden bezorgde het echtpaar slapeloze nachten. De voordeur klemt sinds een jaar. Volgens een loodgieter die het dak inspecteerde, is dat ontzet. Volgens een expertisebureau dat in opdracht van de gemeente bij Stikkelorum de schade kwam opnemen, is vooral sprake van achterstallig onderhoud. Het bureau heeft hem een vergoeding van 800 euro geboden.

De groep tegenstanders was aanvankelijk vrij groot. Nu zijn er nog maar een paar buurtbewoners in verzet. "De gemeente beloofde ons ooit koeien met gouden horens. Het zou allemaal geregeld worden. We zijn bij zoveel commissies geweest. We konden altijd bezwaar maken, maar we zijn geen meter opgeschoten. We zijn het een beetje zat geworden." Als ook de laatste rechtszaak is afgehandeld, wil Stikkelorum schadevergoeding van de gemeente. "Dit stukje grond is eigenlijk te klein voor zo'n groot project. De buurt is totaal naar beneden gehaald en er is niets meer aan te doen. Wij denken niet dat het nog afgebroken kan worden."

En de dieren? "Het waren allemaal hartstikke lieve beesten die er rondliepen. Die beesten zijn weggesleept. De geiten en varkens krijsten van de stress. Eenden werden gewoon in manden gepropt."

Omstreden is misschien inderdaad een understatement, geeft de gemeente schoorvoetend toe. "We zijn wel in gesprek gegaan met de bewoners", zegt Floor van Deursen, voorlichter bij de dienst bouwen en wonen. "We hebben geprobeerd zoveel mogelijk rekening te houden met de belangen van de buurt. Daarom heeft het allemaal wat langer geduurd. Het uiteindelijke resultaat is er ook naar. Het is een bijzonder project, omdat er optimaal duurzaam is gebouwd. Het is tot stand gekomen met zeer veel betrokkenheid van de aanstaande bewoners." "Alles wat je kunt meemaken aan bezwaren, hebben we meegemaakt", zegt Bernard Sparnaaij van woningstichting Ons Doel, waarnemend projectleider. "We hebben het eerlijk gezegd wel een beetje gehad met het project. Het heeft enorm veel energie gekost. Zonder nou schuldigen aan te wijzen. Iedereen die erbij betrokken was, heeft het als zwaar ervaren." Toch is de woningcorporatie er niet minder trots door. "De weerstand was gigantisch. Dat het er überhaupt is neergezet.. Ik denk dat menig opdrachtgever zou zijn afgehaakt. Al met al staat er wel wat moois, nu."

Auto's delen

Met alle plezier geeft Jan Timmers een korte rondleiding door zijn huis. "Ik ben er nu zo'n tien jaar bij, we moesten veel geduld hebben. Sjaak van Rijn, Bert Dijksma en Mieke Weterings moeten zeker genoemd worden. Op de momenten dat het verzandde, zijn zij doorgegaan. Dit is een mooi project. De buurt knapt hiervan op."

De Oranjerie is een vorm van gemeenschappelijk wonen; bewoners delen meerdere voorzieningen. Hij groet de kat die van de trap komt gelopen. ;,We hebben niet eens een kat. Deze is van de buren." Timmers zit, in de tuincommissie. Er zijn ook commissies voor energiebeheer, parkeren en juridisch zaken.

De Oranjerie krijgt nauwelijks parkeerplaatsen. Niet nodig. "Mensen gaan auto's delen." Volgens de plannen komen er vijf. De gezamenlijke fietsenstalling moet nog gebouwd worden. Er zijn ook wasmachines en drogers die iedereen mag gebruiken, maar veel gebeurt dat niet, zegt Timmers. "De meesten hebben hun eigen wasmachine meegenomen. Die was vaak net nieuw."

De apparaten staan in de stookruimte van de gemeenschappelijke woning. Daar staat ook de grote machine die het grijs-watercircuit regelt. Een grote betonnen bak onder de gezamenlijke tuin vangt hemelwater op, In de Oranjerie trekje de wc door en was je de auto met regenwater. Op de daken staan zonnecellen die warm water en elektriciteit leveren. De achterkant van de huizen, op het zuiden, heeft veel glas. Dat scheelt in de stookkosten. "We hebben een gigantische schuifpui die een allemachtige hoeveelheid" zonlicht in huis haalt."

"Ik weet dat er van begin af aan ontzettend veel oppositie is geweest", zegt Timmers. Maar het is zoals een architect eens zei: Als iemand in je achtertuin gaat, bouwen, word je een beetje boos. In Nederland bouw je altijd in iemands achtertuin."

(Robbert Minkhorst in het Leidsch Dagblad van vrijdag 5 december 2003)


Op

Muurgedichten

Wie kent ze niet, de Leidse muurgedichten? Een kleine honderd zijn er inmiddels al op muren en gevels aangebracht, maar initiatiefnemer Stichting Tegen-Beeld weet voorlopig van geen ophouden. Zo wordt er binnenkort een nieuw gedicht aan de reeks toegevoegd, dit maal op een gevel in de Kuiperssteeg. Het gaat om het Engelstalig gedicht 'Coffee poem' van Calvin E. Ward, een Liberiaanse dichter. Het plekje op de muur verdiende hij als tweedeprijswinnaar van het Koffie-Gedichtenoffensief. Deze actie van de stichting Hivos (Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking) is bedoeld om de arbeidsomstandigheden van koffieplukkers in de derdewereldlanden te verbeteren. Per e-mail zijn de gedichten bij Douwe Egberts 'bezorgd'.

Het muurgedicht van Calvin E. Ward heeft overigens een tijdelijk karakter. "Waarschijnlijk schilderen we het op een houten paneel, dat we aan de muur vastschroeven. Of we drukken het op een doek", laat Piet van Veen van Stichting Tegen-Beeld weten. Het gaat dan ook geen deel uitmaken van de vaste reeks. "Bij het kiezen van die gedichten hanteren we andere criteria. De dichter moet bijvoorbeeld een oeuvre hebben. En dat geldt niet voor deze prijswinnaar."

Overigens heeft de Stichting Tegen-Beeld ook goed nieuws voor wie het gedicht 'Een schatrijke tuin' van Hendrik de Vries al een tijdje mist. Met de sloop van het pand aan de Aloëlaan 41 in de zomer van 2001 ging ook dit muurgedicht verloren. Maar het keert terug, laat Ben Walenkamp van Tegen-Beeld weten. "Op welke plek is nog niet helemaal duidelijk. Maar in ieder geval zo dicht mogelijk in de buurt. Hetzelfde geldt voor het titelloze gedicht van Luís Vaz de Camões op de gevel van Lange Mare 71a dat tijdens een opknapbeurt verdween. Dat gaan we ook weer in ere herstellen."

(Rody van der Pols in de rubriek 'De Blauwe Steen' in het Leidsch Dagblad van dinsdag 9 december 2003)


Op

'Een schatrijke tuin' is terug

De nieuwe versie van het muurgedicht van De Vries.

De nieuwe versie van muurgedicht 73. (Klik Hier voor een vergroting)

Goed nieuws voor iedereen die elke dag weer geniet van de Leidse muurgedichten - uniek in Europa! Ze hebben gedicht 73 node gemist. Dat gedicht, 'Een schatrijke tuin' van Hendrik de Vries (1896-1989), ging verloren met de omstreden sloop van Aloëlaan 41. Schilder Jan Willem Bruins heeft weer met vaste hand zijn vakmanschap getoond. Muurgedicht 73 is terug, wederom in de Aloëlaan. Inmiddels wordt, met dank aan bedenker Ben Walenkamp, ook het nodige gedaan aan het onderhoud van de poezie. Onlangs werden de muurgedichten 7 ('Chanson d'Automne' van Paul Verlaine) aan het Pieterskerkhof en muurgedicht 32 ('Pisalem' van de Poolse dichter Tadeusz Rõzewicz) aan de Oude Vest gerenoveerd.

(Het op Zondag van 27 augustus 2006)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht