Terug Home Opvolgend muurgedicht
Bookmark and Share

Anoniem

Anonieme ťlong


Dichter: Anoniem , IndonesiŽ, negentiende eeuw
Gedicht: zonder titel
Locatie: Reuvensplaats 2 (kademuur), Leiden
Sinds: 23 juni 2001 "9.30-10.00 uur: Onthulling Buginees muurgedicht door een lid van het college van burgemeester en wethouders van Leiden" (nummer 80)

Nederlands


Gereisd heb ik, overal,
maar nooit trof mijn oog
groter wijsheid dan hier

(vert. Roger Tol)


Op

Uitgezocht door:

De Vereniging Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), Reuvensplaats 2, 2311 BE Leiden, ter gelegenheid van de viering van het 150-jarig bestaan van het instituut.


Op

Muurgedichten

De Leidse Stichting Tegen-Beeld heeft in de afgelopen jaren de stad enorm verrijkt door op vele plaatsen reusachtige muurgedichten aan te brengen. Het KITLV en de Stichting Tegen-Beeld vonden elkaar in het initiatief om ter gelegenheid van het 150-jarige jubileum de behuizing van het KITLV te verfraaien met twee gedichten, ťťn uit IndonesiŽ en ťťn uit de CaraÔben, die tegelijkertijd de missie van het instituut illustreren. De Universiteit Leiden, die het KITLV huisvest, was spontaan bereid aan dit project mee te werken. Uit de Indonesische poŽzie viel de keuze op een anonieme, negentiende-eeuwse Buginese ťlong, uitgekozen en vertaald door de bibliothecaris van het KITLV, dr. Roger Tol. Niet zonder enige zelfspot verwijst het KITLV met de keuze voor deze ťlong naar de schat aan wijsheid die in zijn collecties is opgesloten.


gereisd heb ik, overal, maar nooit trof mijn oog groter wijsheid dan hier

(Uit het feestprogramma van het KITLV)


Op

KITLV - Half miljoen boeken

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde (KITLV) bestaat 150 jaar en Leiden zal het weten. Vanaf zaterdag 9 juni viert het instituut het jubileum twee weken lang met de uitgave van een jubileumboek, twee publieksdagen voor de Leidse bevolking en met maar liefst drie tentoonstellingen in het LAK-theater en in het Rijksmuseum van Volkenkunde. Trots is directeur Gert Oostindie vooral op een collectie foto's van Soekarno, die onlangs opdook en die ook in Volkenkunde wordt getoond.

Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde werd in 1851 opgericht om de toenmalige Nederlandse koloniŽn beter te kunnen bestuderen. Nederland kreeg IndonesiŽ, Suriname en de Nederlandse Antillen steeds steviger in de greep. De behoefte om meer te weten over al die exotische culturen nam daardoor toe. ,,Die belangstelling was niet belangeloos'', zegt Oostindie. ,,De overheid ging uit van de gedachte dat kennis macht is. Het instituut moest haar helpen om de koloniŽn te veroveren en te overheersen.'' Het toen nog in Delft gevestigde instituut begon boeken, handschriften, kaarten, prenten en foto's te verzamelen, die ijverig werden bestudeerd door aankomende bestuursambtenaren. Na de dekolonisatie stelde het KITLV de grenzen wat ruimer. Nu verzamelt het instituut zoveel mogelijk gedrukt materiaal over Zuidoost-AziŽ en het Caribisch gebied.

In het geval van IndonesiŽ slaagt het KITLV daar zelfs beter in dan het land zelf. Het instituut heeft een kantoor in Jakarta, waar dagelijks alle kranten en tijdschriften worden gemicrofilmd die in het land verschijnen. Al dat materiaal gaat naar Leiden. Zelfs Indonesische bibliothecarissen kijken met afgunst naar de efficiŽnte manier waarop het instituut dat doet. ,,Wij hebben veel meer materiaal dan de Nationale Bibliotheek in Jakarta'', zegt Oostindie niet zonder trots. De collectie van het instituut telt nu een half miljoen boekbanden en daar komt dagelijks materiaal bij. Verzamelen en ontsluiten is de hoofdtaak van het KITLV, maar daarnaast exploiteert het instituut ook een eigen uitgeverij. Die publiceert studies over Zuidoost-AziŽ en de Cariben. De meeste uitgaven hebben een wetenschappelijk karakter, maar een keer per jaar geeft het instituut ook een 'publieksboek' uit, meestal ter gelegenheid van de Boekenweek. Afgelopen jaar was dat de roman 'Doekoen' van Madelon Szťkely-Lulofs, die aan het begin van de vorige eeuw een bekende feuilletonschrijfster was.

Het KITLV heeft ongeveer tweeduizend leden, van wie ongeveer de helft in het buitenland woont. Zij betalen contributie om de collectie van het instituut te mogen bestuderen. Voor studenten van de Universiteit Leiden is de toegang gratis. Begin jaren '60 verhuisde het KITLV van Delft naar Leiden. ,,De universiteit bood ons instituut het broodnodige onderdak aan'', zegt Oostindie daarover. Sindsdien heeft het KITLV een innige band met de universiteit opgebouwd, al staat het er formeel los van.

Wel is de organisatie sinds enkele jaren gelieerd aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). ,,De KNAW helpt ons om zelfstandig te blijven'', verklaart Oostindie. ,,Wij staan bekend als een topinstituut en dat willen we graag zo houden.'' De fondsen om te verzamelen krijgt het instituut al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog direct van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Er bestaat in Nederland nůg een instituut dat zich bezighoudt met oriŽntaalse culturen: het Amsterdamse Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). In theorie kan dat tot bittere concurrentie leiden, maar volgens Oostindie hebben de twee instituten het werk keurig verdeeld. ,,Het KIT verzamelt materiaal over het hťle zuiden. Hun collectie is breder dan die van ons, maar wij zijn op onze specialismen beter voorzien. Bovendien is het KIT ook een museum. Wij niet, al werken we graag samen met het Rijksmuseum voor Volkenkunde.'' Het KIT verzorgt ook cursussen voor mensen die in de tropen gaan werken, het KITLV is puur een wetenschappelijk instituut.

(Wilfred Simons in het Leidsch Dagblad van dinsdag 22 mei 2001)


Op

"Nooit groter wijsheid dan hier"

Aan de Witte Singel, naast het Faciliteitengebouw van de Leidse universiteit, schildert de Stichting TEGEN-BEELD vanuit een bootje haar zoveelste muurgedicht ter verfraaiing van de stad. Op een strook gebroken wit, vlak boven de waterlijn, verschijnt in vreemde indigoblauwe karakters een Boeginese ťlong- een taal die gesproken wordt op Sulawesi. `Gereisd heb ik, overal, maar nooit trof mijn oog groter wijsheid dan hier', luidt de vertaling van het gedicht. Het is geschreven in de negentiende eeuw, toen het gebied nog Zuidwest-Celebes heette.

De ťlong prijkt op het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, dat zich richt op de geschiedenis, talen en antropologie van Zuidoost-AziŽ (vooral IndonesiŽ), OceaniŽ en de CaraÔben. Het is ter gelegenheid van de 150ste verjaardag aangebracht ter hoogte van de bibliotheek. Arrogantie van een instelling waaraan altijd de geur van Leidse saaiheid en conservatisme heeft gekleefd? Of een verwijzing naar `de schat aan wijsheid die in zijn collecties is opgesloten', zoals het programmaboekje met de festiviteiten `niet zonder zelfspot' zegt? "We zitten met het KITLV in een letterlijk erg grijs gebouw", zegt Gert Oostindie, sinds vorig jaar directeur. "Die gedichten horen bij ons en verklappen aan de buitenwereld wat we doen. We willen geen in zichzelf gekeerd instituut zijn. Wie iets wil weten over actuele ontwikkelingen in IndonesiŽ of de CaraÔben moet de weg naar het KITLV weten te vinden. (………)

(Dirk van Delft in de NRC van 16 juni 2001)


Op

Links    :

Op Terug Home Opvolgend muurgedicht